0

Het vertrek van Piet naar den troep

Geplaatst door Johan Morris op 3 september 2026 in liedbladen, liedboeken, liederen, Over Liefde & Verdriet, schrift van Florentine Sterckx |

Nog een lied uit het ijverig volgepende schrift van Florentine Sterckx.

We vonden deze tekst ook terug op een liedblad van Jean-Louis Beullens die het circa 1920 in Brussel zong en verkocht.

Geen melodie vermeld, maar we twijfelen er niet aan dat het Duitse “Puppchen, du bist mein Augenstern” uit 1912 model stond.

Het vertrek van Piet naar den troep

1106 [A] Jean-Louis Beullens. [C] Jean Gilbert (1879-1942)

Den tijd die is verschenen,
mijn twintig jaar zijn daar.
Ons jeugd die is verdwenen,
maakt daarom geen bezwaar.
Men ziet de meisjes wenen
voor enen Jan of Piet.
Nu blijven zij allene,
O God, wat een verdriet!
Nu blijven zij allene,
O God, wat een verdriet!

Roosje, aanziet hier uwen Piet.
Wilt toch genezen mijn verdriet.
Roosje mijn liefste Roosje,
ik moet van kant
voor ’t Vaderland
Vaarwel Roosje, tot wederziens
Vertel mijn smart aan moeder Trien.
Kom nog eens liefste Roosje
Hier op mijn hart
genezen pijn en smart

Acht dagen zijn verdwenen
Nu zit het meisje daar
Nog genen brief verschenen
Voor haar, wat een bezwaar
Zij dacht: « Waar mag hij wezen?
In Diest of in het kamp? »
Maar daar kwam hij verrezen
met de graad van Sergeant.
Maar daar kwam hij verrezen
met de graad van Sergeant.

Ons Roosje stond te gapen
als haren Piet kwam aan.
Zij kost bekans niet praten
en kost hem niet verstaan.
Hij sprak: « Hé bien, ma Roosken
Regardez eens mon graad?
Je suis sergeant, mijn Roosken!
Ben ‘k geen flinken soldaat?

Roosje ging Piet bezoeken
al in zijn regiment,
gaf hem een hesp en koeken,
daarvan was hij kontent.
Zij gingen promeneren
maar wat stond zij versteld:
zijn graad die was verdwenen,
’t Was hetgeen die hem kwelt.

Onze Piet moest marcheren
met geweer, pak en zak.
« Zij doen mij nog kreveren;
‘k gaan liever in den bak. »
Maar haltelà, zijn Roosje
die speelt in zijn gedacht.
Maar zij rusten een poosje
dat maakt hem stil en zacht.

Zijn tijd die is verdwenen,
zijn term is nu gedaan.
« Roosje wilt niet meer wenen,
droogt nu maar uw getraan.
Nu zullen wij vlug trouwen
en worden man en vrouw.
Gij zult het nooit berouwen,
ik zweer u lief en trouw.

PDFlogoPartituur * Het vertrek van Piet naar den troep *
MP3logo
      1. instrumentaal

 Bronnen:
zangwijze: Puppchen, du bist mein Augenstern (1912)
liedblad Jean-Louis Beullens circa 1920 (MUZ0734 pag 149)

Tags:

0

De stervende jongeling

Geplaatst door Johan Morris op 27 augustus 2026 in liedbladen, liederen, Over Liefde & Verdriet |

Dit lied is een co-productie van Achille Coppenolle uit Roeselare – die het liedblad liet drukken – en Jean-Louis Beulens uit Brussel die een deel van de teksten leverde. Dat zou moeten betekenen dat zij ook een tijdje samen gingen optreden met dit repertoire, wat opmerkelijk is daar zij zeer ver uit mekaar woonden en ook een heel verschillend “accent” hadden. Zou men in Roeselare en omgeving de Brusselse tongval van Beulens hebben begrepen? En hoe reageerden Brusselaars op West-Vlaamse accenten? Of gebruikten beiden al een soort van “standaard” Vlaams?
Er zijn bij mijn weten geen geluidsopnames gemaakt van hun straatconcerten dus we weten het niet.

Dit is niet het enige lied over een huwelijk in extremis, waarbij één van de huwenden op het sterfbed ligt. In dit geval is het Laura die vroegtijdig weduwe werd.
Het verliep enigszins anders bij “Het huwelijk van Martha op haar sterfbed” en de gelijknamige “Stervende jongeling” in de versie van “Mevrouw Ellegiers”, beiden bezongen op een andere melodie.

De stervende jongeling

1087 [A] Achille Coppenolle – Jean-Louis Beulens. [C] Fisher Thompson

Ik voel mijne laatste stonden nad’ren
ja mijne dood is nabij.
Ja, al mijn bitter strijden, en mijn droevig lijden
gedaan met mijn smart, wat ben ik blij
Ik kwam mijn Laura zo te beminnen
ik had haar gezworen trouw.
Zij was voor mij geboren, nu gaan ik verloren
op mijn sterfbed werd zij mijne vrouw.

Zij waren op aard, voor malkaar geboren
Lijk een roos die verslenst ging hij verloren.
« ‘k Heb u lief » riep Laura, « k’zal u nooit vergeten
mijnen Gustaf gij waart altijd lief en braaf.»

En hij sprak: « Laura, wat moet ik lijden »
met zijn ogen vol getraan,
« ja, gij die waart mijn ware, mijn geluk op aarde. »
Ene laatste zucht en ’t was gedaan.
Gedaan was het met Gustaf zijn smarten.
« Adieu mijn lieveling,
ik zal uw graf besproeien en doen rozen groeien,
gij waart ook op aard mijn lieveling. »

Laura die wierd non, daar in een klooster
om te stelpen haar verdriet
en ze ging zonder beven, in het klooster leven
haar Gustaf vergeten kon zij niet.
Men noemde haar nu de bloem der smarten,
zij is altijd in getraan
en zij roept uit: « Wat lijden, en wat droeve tijden,
‘k wilde dat met mij ’t ook was gedaan!”

PDFlogoPartituur * De stervende jongeling *
MP3logo
      1. instrumentaal

 Bronnen:
zangwijze: "Rio Nights" (1922)
liedblad Achille Coppenolle (Roeselare) & Jean-Louis Beulens (Schaarbeek)
verzameling Roos Vercruyse (MUZ0894)

Tags:

0

Vreeselijke Moord te Tilburg gepleegd op zekere Zebregts (1911)

Geplaatst door Johan Morris op 20 augustus 2026 in liedbladen, liedboeken, liederen, Over Armoede & Drank, Over Moord & Rampen |



Vreselijke Moord te Tilburg (1911)

1104 [A] anoniem liedblad Tilburg [C] Emil Winter-Tymian (°1860 +1926) (P.D.)

Komt vrienden blijft eens even bij mij staan
en luistert naar mijn woorden:
hoe dat het soms met vrienden toe kan gaan
men gaat elkaar vermoorden.
Eerst samen drinken, samen pret
maar op hun woorden niet gelet.
De twist begint, het mes komt voor den dag,
het mes dat al veel offers vallen zag.

De twist begint het mes komt voor den dag,
het mes dat al veel offers vallen zag.

C. van de Loo met Wijters in een twist,
Zebregts treedt tussen beiden.
Helaas dat d’arme dat niet eerder wist,
hij had hen niet gescheiden.
De woede van zijn kameraad
keert nu tot hem en ’t is te laat.
Het mes stoot Zebregts in de mannenborst.
O snoodaards hoe gij het toch wagen dorst.

Het mes stoot Zebregts in de mannenborst.
O snoodaards hoe gij het toch wagen dorst.

De arme moeder die beklaag ik diep,
zij draagt de grootste smarten.
Toen zij haar zoon overal zoeken liep
had hij de wond in ’t harte.
In haar armen vond hij de dood,
hij kwam en ging van moeders schoot.
De sterke drank die draagt voorzeker schuld
en heeft ons allen nu met wee vervuld.

De sterke drank die draagt voorzeker schuld
en heeft ons allen nu met wee vervuld.

PDFlogoPartituur * Vreselijke Moord te Tilburg *
MP3logo
      1. instrumentaal

 Bronnen:
zangwijze: Am Elterengrab
in "Kroniek van de Kempen nr. 18 - anno 1999"
door Harrie Franken overgenomen uit het liedjesschrift van Anna De Kok uit Tilburg
zangwijze afgeleid uit bandopnames van Ate Doornbosch

Tags:

Copyright © 1967-2026 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.