Heeft er niemand mijn Roza gezien ?
Dit lied werd gezongen door Albert Van den Brempt (1896-1944), een marktzanger uit Aalst die naar eigen zeggen samen met (accordeonist ?) Joseph D’Haeseleer ook zong “in Café-Concert, Huwelijksfeesten, Liederavonden, Soupers, Kermissen enz.”
Het lied past in een lange rij van “controversiële” verhalen over een woelig huwelijksleven, blijkbaar een favoriet thema bij vele marktzangers. De zanger schijnt het zich te beklagen dat zijn grote liefde hem heeft verlaten maar de toehoorders denken met stijgende verbazing na elke onthullende strofe dat hij in feite geluk heeft gehad !
De auteur wordt niet op het liedblad vermeld maar het lijkt wel een werkstuk van een Brusselse marktzanger te zijn (zie einde 1e en 4e strofe). En dat zou dan “François Treve, Vrouw en kinderen” kunnen zijn, weliswaar “uit Ypres” maar hetzelfde lettertype en kleur van papier als op een liedblad van Treve met o.a. “Wreede Spoorwegramp te Schaarbeek”
Jos Ghysens weet in zijn boek “Het Aalsters Volksleven deel 1 – Het Markt- en Straatlied 1860-1950” te melden dat Van den Brempt als “Zwarten Bert” bekend stond, wat merkwaardig is want hij stierf in het concentratiekamp van Buchenwald… Misschien had die bijnaam iets te maken met zijn hoofdberoep: tabakbewerker.
Een gelijkaardige tekst vonden we ook op liedblad nr. 74 van Frans Jacobs maar met vermelding van een andere melodie: “Rosa la Gitana” van Eugène Gavel (gezongen door Georgel)
Heeft er niemand mijn Roza gezien ?
1080 [AC] ??? Albert Vandenbrempt
Sa vrienden die hier staan in ’t ronde
Hebt gij mijn Roza niet gezien?
Ik ben verplicht het te verkonden
Gij weet het mogelijks misschien.
Zij heeft mij gisteren vroeg verlaten
‘k zond overal ’t signalement.
Zij heeft mij nog geen stoel gelaten
In Brussel is zij zo goed gekend.
Ik ben nu mijn Roza kwijt
En ik heb daarvan toch spijt
Z’is van gisteren vertrokken
En laat me zitten met de brokken
Zelfs geen bed noch gene stoel,
zij is weg met g’heel den boel.
Nu zit ik in mijn kot alleen fijn,
Waar mag die heks gelopen zijn?
‘k Zag er mijn Roza toch zo geren
omdat ze waarlijk proper was.
Wassen en naaien deed zij geren
en alles was naar d’eerste klas.
Maar zij hield veel van te lameren,
zij maakt veel werk van haar toilet.
Heel vroeg was zij aan’t poliseren
en hare kop die stonk naar vet.
Met haar één oog ziet zij er zeven,
z’Heeft een vel g’lijk een Olifant
Met haren asem zou z’U vergeven
In haren mond staat enen tand.
Zij heeft twee oren als een verken
De neus van enen papegaai.
Als gij haar goed komt te bemerken
Het is oprecht een raar gedraai.
Als ik met haar ging promeneren,
Gelooft mij toch, ze was zo fier.
Elkeen bezag ons in ’t passeren
Met haar beslag en grote zwier.
Ze koopt haar kleren bij ’t gewichte
Voor dertig cens op ’t Vosseplein
Ja, ’t is al waar wat ik berichtte
Mijn Roza was daarin zo fijn.
| Partituur * Heeft er niemand mijn Roza gezien ? * | |
1. instrumentaal
|
Bronnen: zangwijze: volgens opname te Oostveld bij Roza V.H. (51j.), 1984 liedblad Albert Vandenbrempt & Joseph D'Haeseleer, Aalst drukkerij H. Van den Broeck - Jacobs Melodie gedeeltelijk in Jaarboek 1984 (CAT. 8588b) Heemkundige Kring Oedelem-Beernem


