Liedeken van Sint-Hubertus
Sint-Hubertus werd onder andere in Leefdaal tussen 1200 en 2000 vereerd en aanroepen tegen alles wat ook maar van ver een beetje op “razernij” leek. In het midden van de 17e eeuw bereikte die devotie een hoogtepunt, tot heil van de plaatselijke kerkschatten. We hebben het er al uitvoerig over gehad bij het lied “Lofsanck van S. Huybrecht” en ik nodig u dus uit om ook die bijdrage van 15 jaar geleden (nog eens) te lezen.
Dit lied is een berijmde hagiografie(1) waarin de voornaamste legendarische “feiten” over het leven van de heilige worden opgesomd en dat uiteindelijk besluit met een commerciële boodschap.
De vermelde zangwijze is een evergreen bij de oudere marktliederen.
Liedeken van Sint-Hubertus
1085 [A] onbekend [C] trad. circa 1700
Laat ons hier op het wereldsdal
Hubertus hoge achten,
die ons kan redden uit ’t geval
bij dagen en bij nachten.
Want hij is een lelieblom,
vermaard door heel ons Christendom,
bij God zeer hoog van waarde
En vermaard op de aarde.
Hij was een edel gravens kind,
in de stad Luik geboren,
van God en van de mens bemind
zo iedereen zal horen.
In zijn jongheid had hij schier
al in het jagen meer plezier,
mits zijn vader voor dezen
ook jager kwam te wezen.
Aanziet ’t eerste mirakel dan,
als hij ter jacht kwam wezen:
een hert dat hem kwam toegegaan,
dat hem kwam g’hoorzaam wezen.
’t Beest viel voor hem op zijn kniên
en kwam aan hem zijn diensten biên
Maar toch ter dezer stonden
Meende hij ’t beest te wonden.
Zo haast was hij niet van zijn peerd
of hij kwam straks te merken
dat tussen d’horens van het hert
een licht dat kwam versterken.
Hij zag daar Christus’ beeld op staan,
Gods wonder werk zag hij daar aan,
maar ’t beest is straks verdwenen,
niet meer voor hem verschenen.
Alsdan heeft God zijn hart geraakt.
Daar hij Hem had aanbeden
heeft Hij van dezen man gemaakt,
een licht der duisterheden
want zijnen Mijter en zijn Staf
zond God hem van den Hemel af
dat op d’aarde mits dezen
hij Bisschop mochte wezen.
Nadat Hij enen langen tijd
zijn schapen kwam regeren
heeft God dien heilig man gezeid
en hij Hem kwam vereren:
dat na zijn dood hij hem toeliet
aan allen sterveling ’t gebied
dat nooit aan lijf of leden
geen razend dier mocht treden.
Dus is hij nu bij God den Heer,
voorpreker aller stonden
voor die hier zijn met groot verzeer,
gebeten van doll’ honden
ofwel van ander razend beest,
dat die maar komen onbevreesd,
Hubert zal hen beschermen,
van razernij ontfermen.
Wilt Sint-Hubertus als patroon
aanroepen t’allen stonden,
hij zal voor u, voor Godes troon,
bidden met open monden
opdat geen beet in razernij
u toebrengt enig leed of lij,
maar dat gij als voordezen
van hun bevrijd moogt wezen.
Oorlof, Christen in ’t generaal,
wilt Sint-Hubertus eren,
koopt de gewijde dingen al
gij zult nooit u verzeren,
want ieder die op hem betrouwt,
gewijde dingen bij hem houdt
zal hij altoos bevrijden
en ’t razend dier vermijden.
(1) de biografie van een heilige
| Partituur * Liedeken van Sint-Hubertus * | |
1. instrumentaal
|
Bronnen: zangwijze: "Van de vier gasten" alias "O Holland schoon" (circa 1700) MUZ1084 pag. 22 "Gentse liederverzameling" MUZ0942 pag. 48 "HISTORIELIEDEKENS te bekomen bij LAMBIN-VERWAERDE, IEPER" MUZ0137 pag. 34 "Volkslied in West-Vlaanderen", Roger Hessel MUZ0771 pag 325-326 "De Kist van Pierlala"


