Ik ben verliefd

Het moet niet altijd over moorden en rampen gaan, geregeld zong Louis Boeren ook over andere onderwerpen. Zoals de liefde bijvoorbeeld, al is ook dat vaak geen reden tot juichen zoals in dit geval zijn wedervaren met Marietje.
Ik ben verliefd
1073 [A] Louis Boeren [C] Anton Groeneveld
Ik ben verliefd, wil mij geloven.
Dat is geen schand, voor zo een klant.
’t Is op Marietje van hierboven,
ik speel voor haar op mijn gitaar een lied plezant
Lieve Marie, wil mij aanhoren,
ik zing voor u het schoonste lied.
Ik sta hier reeds een uur bevroren,
ik vraag u dus: vergeet me niet?
Ik heb al lang een oog op jou;
ik smeek er om, word eens mijn vrouw.
Lieve Marie, wil mij aanhoren,
aanhoor mijn bee en zeg niet nee!
Toen ik voor ’t eerst haar mocht aanschouwen,
’t was ’s avonds laat, in onze straat,
begon mijn hart van haar te houwen.
Ik sprak haar aan en zij bleef staan, ik zong kordaat!
Zij sprak tot mij: « Zeg hoor eens even,
gij rare kwast, hier zie, pak vast! »
Zij gaf mij klop, ik stond te beven,
terwijl ik tokkelde op die besnaarde kast.
| Partituur * Ik ben verliefd * | |
instrumentaal
|
Bronnen: zangwijze: Ik heb jou gekust (in Honolulu) Muziek van de Waikiki Hawaiians (uit Nederland) Liedblad van Louis Boeren (MUZ0779 pag. 75) fonoplaat Bob Scholte (1945)
Mijn nachtelijk avontuur
Wij hebben op enkele plaatsen het manke rijm hersteld. De zangwijze “Schareltje” (lees: Chareltje – spreek uit: Sjareltje) zoals vermeld op het liedblad van Louis Boeren slaat op de danshit “La danse du Spirou” geschreven door Pharaon Stoquart (1889-1958).
Het gaat er in het verhaal van Louis Boeren nogal handtastelijk aan toe, zelf vind hij het heldhaftig. Hij vergelijkt zichzelf in het refrein met “een Jackson”, dat moet dan bokser Hurricane Jackson (1931-1982) zijn.
Mijn nachtelijk avontuur
1072 [A] Louis Boeren [C] Pharaon Stocquart
Wat een mens zoal beleven kan
zal ik je even laten horen.
Het was wel het schoonste avontuur
dat mij persoonlijk was beschoren.
Zo lag ik eens rustig in mijn bed
met mijn lieve vrouwtje aan mijn zijde.
Het was juist een stormende nacht
en wij fluisterden wat beiden.
(gefezel & instrumentaal)
Daar opeens, daar sprak mijn lieve vrouw:
« Is dat nu echt of is het dromen?
Ik zag juist zoeven daar een licht,
het is van boven af gekomen. »
Weldra zag ik bij het licht der maan
een persoontje voor mij zweven.
Ik ter been, dat kan je wel verstaan,
heb er hem van langs gegeven.
Hier een lap, daar een stamp,
ik leek een Jackson bezig met een zware kamp.
Een direct, heel correct
met allebei mijn vuisten op zijn bek.
Hier een vloek, daar geklaag,
en ik pakte hem al spoedig bij zijn kraag.
Toen met hem naar de wacht
en deponeerde daar de stoute vracht.
Na die kletsen ging hij aan de haal
maar ‘k dacht terstond: hij zal nog boeten.
Ik hem na, zo in mijn onderbroek,
en zo maar op mijn blote voeten.
Toen hij zag dat ik (iets) vlugger was
bleef hij staan gelijk de palen.
Toen riep ik: « Zie, vriend, je bent van mij! »
en ‘k begon weer uit te halen.
Toen ik met hem eens had afgedaan,
door zijn leed en zijn droevig klagen,
sprak ik « Vriendje, even met mij mee »
en ik nam hem vast bij zijn kragen.
Ik met hem naar de politiewacht
en daar was men niet verlegen!
Daar werd onze vriend gedeponeerd
met de Pauselijke Zegen!
| Partituur * Mijn nachtelijk avontuur * | |
instrumentaal
|
Bronnen: zangwijze: "La danse du Spirou" (Sjareltje) MUZ0779 "Louis Boeren 1891-1973 deel 2: verzameling der liederen" - Marleen De Rudder
Dat is zeker, dat is waar
![]() |
![]() |
Liedbladen van Vrouw Demeyer uit Kortrijk en van Elise Cooren uit Oostende. Elise werd “vrouw Demeyer(e)” door haar huwelijk met H.A. Demeyere en ze verhuisden naar Gent.
Dit “kluchtlied” is, bij gebrek aan meer informatie op de twee liedbladen, geschreven door de zangeres. Wat opmerkelijk is want ze heeft het over “roddelende wijven”, onbetrouwbare echtgenotes die hun man behandelen als een hond en zelf aanpappen met meerdere minnaars. En in het tweede refrein verklaart ze dat ze dus nooit wil trouwen, terwijl ze op 18-jarige leeftijd in 1911 al “Vrouw DEMEYER” (zie “Mijn vaders duurbaar bootje”) is geworden… Raar. Maar kluchtig is het liedje wel, zie maar.
Dat is zeker, dat is waar
1100 [A] Vrouwe Demeyer [C] Vincent Scotto (+1953)
Mijn lied, dat ik bezingen zal
is voor iedereen van groot belang.
Er wordt gelogen overal
maar voor de waarheid ben ik toch niet bang.
In de gazetten schrijven zij zo veel:
dat iedereen gestraft wordt die wat steelt,
en dat de wereld zal vergaan,
dat kan gemakkelijk bestaan.
De tijd is teveel overdreven,
dat is waar, ja dat is waar.
’t Is moeilijk om eerlijk te leven,
ja, da’s ook waar, geloof het maar.
Nen bankier of winkelier
stropen mensen met plezier,
dat is zeker en dat is klaar.
Dat er in ons land gewis
niet veel zaad in ’t baksken is,
dat is zeker en dat is waar.
De wijven zijn allen komeren:
dat is waar, geloof mij maar!
In een gebuurt’ of in de straat,
zijn de wijven zeker niet te kort.
Zij klappen van elkander kwaad
maar zij zijn allen van gelijke aard.
D’ene zegt dit en d’andere weet dat.
Ge zijt te lang, te mager of te plat.
De beste vrouw is nog venijn,
want luistert goed naar mijn refrein:
De man is den hond van zijn vrouwe,
dat is waar, ja, dat is waar.
Zij zijn gene stap te betrouwen
ja, da’s ook waar, geloof het maar.
Ieder vrouw, voor haar plezier,
heeft somtijds ne man of vier,
dat is zeker en dat is waar.
Mannen werken lijk nen hond,
hulder kot ligt vol met stront,
dat is zeker en dat is waar.
Daarom spreek ik niet van te trouwen,
dat is waar, geloof mij maar.
Gij wilt mij dwingen met geweld,
maar luister eens wat verder naar mijn lied.
Ieder wordt in ’t gelijk gesteld,
voor d’een is ’t leut en voor d’ander verdriet.
Hier op de wereld is er veel verschil
want iedereen heeft niet wat hij wil,
maar als u ’t mij soms permitteert,
ziehier wat dat er aan mankeert:
Met geld kunt gij altijd betalen,
dat is waar, ja, dat is waar.
Die arm is ’n weet niet wat halen,
ja, da’s ook waar, geloof het maar.
Dat de boeren, groot of klein,
altijd van de beste zijn,
dat is zeker en dat is waar.
Wij hèn geen automobiel,
werken is ne slechte stiel,
dat is ook waar, geloof me maar.
In honderd jaar zijn wij vergeten
dat is zeker, dat is waar!
| Partituur * Dat is zeker, dat is waar * | |
instrumentaal
|
Bronnen: Zangwijze: Mon Paris liedblad “Gezongen door VROUW DEMEYER, KORTRIJK” (MUZ0917 pag. 144) liedblad "Cooren Elise, Oostende" (MUZ0940 pag. 50)


