0

Dat ben ik en gij

Geplaatst door Johan Morris op 4 juni 2026 in liederen, Spot & Ironie, Wereldoorlog |

Mathieu Dekemper was een succesrijke Brusselse liedjesmaker, zijn teksten werden gretig overgenomen in tal van liedjesschriften en ook vele van zijn partituren zijn nog terug te vinden. De liederen werden gespeeld in café-chantants, revues en theaters in het Brusselse.

Wij hebben al meerdere liederen van hem hier besproken, zoals:

En nu dus “Dat ben ik en gij” waarin de zanger begint met zijn (mannelijk) publiek voor te houden dat de vrouwen eigenlijk alles aan de mannen te danken hebben. Hij gaat op zijn élan verder en ook de Ministers  en de welgestelden steken volgens hem onterecht pluimen op hun hoed want uiteindelijk zijn het “ik en gij” die het gelag betalen. En tijdens de oorlog (WOI in dit geval) waren het de gewone werkmensen die aan de frontlijn moesten vechten terwijl de “mannen met een hoge hoed” van schrik gingen lopen, zo poneert de liedjesschrijver.

Zwart/wit redeneringen, het is ook nu nog een techniek om snel populair te worden.

Dat ben ik en gij

1081 [A] Mathieu Dekemper [C] P. De Backer

Morgen zal het een leven zijn, zo rond een uur of vijf.
Gaan ze de prijzen geven, ja, voor het schoonste wijf.
D’mijn is er weeral tussen, zij is in de satijn.
Deez’ week uw tafel, Susse, zal wel in de rouw zijn.
Ja ja, z’is net, deez’ week is ’t vet of gene fret.

Wie maakt ze schoon, de vrouwen? Ja ik en gij.
Wie moet ze onderhouden? Ja, ik en gij.
Wie werkt dagen en nachten? Ja ik en gij.
Wie zorgt voor hunne prachten? Dat ben ik en gij.
Ge zet somtijds uw klein in de satijn of in de zij.
Wie draagt er, da’s een fijn, als ze schoon zijn,
horens daarbij?
Dat ben ik en gij !

De vrouw moet het bekopen, ’t is gelijk in welk lied,
maar van deez’ die ons stropen? Daarvan spreken ze niet.
Van deez’ die meester spelen en die niets anders doen,
als ’t werkvolk te bestelen en leeft van onze poen.
Ze zijn de Jan, met ’t zweet van den armen werkman.

Wie maakt z’rijk deez’ kapoenen? Ja, ik en gij.
Wie zweet voor deez’ miljoenen? Ja ik en gij.
Wie werkt voor deez’ juwelen? Ja ik en gij.
En voor deez’ schoon kastelen? Dat ben ik en gij.
Wie verdient hunne wijn, hunne satijn,
mantels in zij?
Wie vliegt er zonder spijt, als ge t’oud zijt,
buiten daarbij?
Dat ben ik en gij.

Ons ministers deez’ Heren, vrienden, doen z’het niet wel?
Die ons zo goed trakteren, met den taks en ’t heel spel?
Ja, dat zijn deez’ schandalen, die hunne zakken vult,
die ’t werkvolk doen betalen, als ’t land zit in de schuld.
Ja voor de poen, zullen z’uit doen ons hemd en schoen.

Wie werkt voor deez’ ministers? Ja ik en gij.
Voor al deez’ geld verkwisters? Ja ik en gij.
Wie betaalt deez’ schoon wetten? Ja ik en gij.
Wie geeft hunne te fretten? Dat ben ik en gij.
Deez’ Heren zuipen wijn, ’t kan zo slecht zijn,
begrijpt ge mij?
En wie werkt er altijd, en die nog lijdt
honger daarbij?
Dat ben ik en gij.

’t Werkvolk is te beklagen, in veertien wilt verstaan:
om den Duits te verjagen, wie moest in oorlog gaan?
En wie was er gaan lopen? Deez’ met nen hogen hoed!
En wie moest het bekopen? Het werkvolk, met zijn bloed.
Zij hadden schrik, ja, dat zeg ik, zo een vuil kliek.

Wie moest bij de soldaten? Ja ik en gij.
Vrouw en kind’ren verlaten? Ja ik en gij.
Wie moest hunne gaan weren? Ja ik en gij.
Wie moest van voor marcheren? Dat was ik en gij.
Ministers, Generaal,
waren allemaal weg, z’waren blij.
Wie mocht sterven aan ’t front gelijk nen hond
nog eens daarbij?
Dat was ik en gij.

PDFlogo Partituur * Dat ben ik en gij *
MP3logo
      1. instrumentaal

 Bronnen:
Partituur "Mathieu Dekemper, Auteur, editeur de musique, Rue de Douvres, 112, 
Anderlecht-Bruxelles"
boek "Anderlecht zingt zoals vroeger" (1991), zonder vermelding van auteurs.

Tags:

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Loading...

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Copyright © 1967-2026 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.