Mijn kleine Lena
Het liedblad beweert dat alle liederen erop weliswaar geschreven zijn door Aloïs Van De Velde uit Lokeren maar dat ze gezongen werden door zijn echtgenote Honorine Van Hemelrijk. Dat kan voor het verhaaltje over “Mijn kleine Lena” niet kloppen, dat moet overduidelijk door een man gezongen worden. Laten we aannemen dat Aloïs dat echt wel zelf zong.
Lena was dus een schoon kind en het buurmeisje van de zanger. Toen zij een mooie 16-jarige jongedame was geworden probeerde ze die schoonheid te gelde te maken en onze onfortuinlijke zanger bleef treurend achter met een redelijk gebroken hart.
Het frivole leventje van Lena draaide echter op niets uit en vele jaren later kwam ze terug aankloppen bij haar jeugdvriend met de vraag haar te vergeven. En dan stopt het lied: doet hij het of doet hij het niet? Dat mag de toehoorder zelf invullen, de zanger/auteur zwijgt erover want anders zou hij een deel van zijn publiek kunnen teleurstellen…
Mijn kleine Lena
1089 [A] Aloïs Van de Velde. [C] René de Buxeuil
Als zij was een meisje van zo omtrent tien of elf jaar
speelden wij altijd samen als een kinderpaar,
en des avonds als wij van het lopen waren zo moe
dan kusten wij elkander als zuster en broer.
‘k Zie haar nog voor mij staan,
’t lieve kind was toen nog maar elf jaar.
Lena was ene bloeme,
het schoonste meisje noemde men haar in de straat.
Lena die mocht zich roemen
dat zij reeds kost een kinderhartje snel doen slaan.
Lena haar blonde haren
die als een kroontje van haar hoofdje vielen neer.
O dan geleek zij een engel,
ik denk nog aan haar zo vol hartzeer.
Zo werd zij steeds groter en werd zij ene schone maagd,
weg vlogen kinderjaren, zij werd zestien jaar.
Hare schone ogen die volgden elken rijken heer
en wat ik reeds zo lange dacht gebeurt toch ne keer:
verkocht voor geld haar eer
en men zag die reine bloem niet meer.
Lena, waar zijt ge henen?
Ik die voor u mijn hart, mijn bloed te pande gaf!
Lena, zij was verdwenen,
ik bleef alleen met mijn verbrijzeld mannenhart.
Lena, ons kinderjaren,
daar lacht en spot ze mee ginds in de grote stad.
Zij zwiert nu alle dagen
met rijke heren langs den boelvaar.
Zo vervlogen er veel jaren en ik dacht zelfs niet meer
aan die schone reine bloem, Lena van weleer.
Toen op zek’ren nacht hoorde ik ene stemme zo zacht,
klonk smekend lijk een bede als een bitt’re klacht:
’t was de stem van Lena, o die had ik hier nooit meer verwacht !
Lena die vroeg mij smekend:
« Wil mij vergeven al het kwaad dat ik u deed. »
Lena kwam tot mij weder,
gelijk een slet die men vervloekt de stad uit dreef.
Zij was niet meer die schone,
die reine bloem, het schoonste meisje uit ons straat.
Zij sprak: « Ach mint mij weder,
ons kinderjaren, denkt daar nog aan!
| Partituur * Mijn kleine Lena * | |
1. instrumentaal
|
Bronnen: zangwijze: "Zaza" 1923 liedblad "15e Vlaamsche Uitgave Aloïs Van de Velde & Honorine Van Hemelrijk" (MUZ0734)

