De vondelinge

Over vondelingen hebben we het al een paar keer gehad(1). Niet te verwonderen: er waren er nogal wat, om diverse redenen. Het ging dan wel altijd over pasgeborenen die ergens werden achtergelaten, dikwijls aan het portaal van een kerk omdat daar (vroeger) elke dag vroom volk passeerde. Deze vrome gelovigen konden het niet maken om zo’n kind te laten liggen en vaak kwam het dan ook goed terecht.
In dit lied is de titel slecht gekozen. Het gaat eerder over een jong meisje dat verweesd is achter gebleven als haar moeder sterft en “een vader had ze nooit gekend op aard”. Uiteindelijk (spoiler alert) loopt het ook hier goed af.
De vondelinge
1065 [A] Aloïs van De Velde [C] J.L. Benech (P.D.)
Koud en dampig was de lucht zwaar belaân
toch zag men een meisje droef eenzaam gaan
’t hart gebroken door de smart
sinds moederke rust in ’t graf
Al dien tijd dwaalde het hulpeloos rond
omdat het bij niemand geen brood meer vond
zo doold’ het dagen alleen
wijl het smeekt vol droef geween.
Moedertje ach waarom gingt gij heen?
Niemand begrijpt mijn smart of geween
Ik gevoel den honger die mij kwelt
en niemand die mij ter hulpe snelt
’t is zo stil en treurig om mij heen
moedertje waarom keert ge niet weer?
Zo ging dat arme kind doelloos voort
wijl er toch niemand haar klachten aanhoort
steeds alleen, van niemand hulp
zij bezat noch huis of stulp.
Een vader had zij nooit gekend op aard
de maatschappij had haar in ’t leven gebracht.
Zo bleef het na moeders dood
gans alleen smeekt ze steeds voort.
Moedertje ach waarom gingt gij heen?
Niemand begrijpt mijn smart of geween
Ik gevoel den honger die mij kwelt
en niemand die mij ter hulpe snelt
’t is zo stil en treurig om mij heen
moedertje waarom keert ge niet weer?
Den avond viel en ’t werd stil als een graf
en kwam voor het arme kind den bangen nacht
zij dacht weer: waar nu gerust?
Geen moeke die m’in slaap sust.
Stil en eenzaam viel z’in slaap ’t arme kind
’s anderdaags, een brave man die haar vindt
aanschouwt haar met droef geween
wijl ze zucht: « ‘k ben gans alleen »
3. En die man zegde haar zacht en teer:
ik geef u een brave moeder weer.
Het kind zegde, ach het is te schoon,
misschien is het toch slechts maar een droom
maar die brave vrouw zegde: mijn kind,
’t is waarlijk een moeder die gij vindt.
| Partituur * De vondelinge * | |
instrumentaal
|
(1) Andere liedjes over “vondelingen” :
- De vondeling (“Mijn moeder was een meisken”)
- De Vondeling
- De Vondeling te Caulille
- Verboden liefde
- De verlatene Jeanne Elisabeth Schrapnel
Bronnen: zangwijze: "Riquita" (1926) MUZ0821 liedbladen verzameling Eliane Van Geyt pag. 109 31e VLAAMSCHE UITGAAF van de goed gekende Volkszangeres HONORINE VAN HEMELRIJK OUDE BRUG, 248, LOKEREN begeleid door de accordeonist Aloïs Van De Velde
2 Commentaren
Johan, mag ik toch even refereren naar het lied van “De vondeling” in mijn boek op blz. 186 en 187 waarin eigenlijk een gans leven van een vondeling wordt behandeld. Dit gewoon ter aanvulling.
Nogmaals dikke proficiat met jullie werk.
Ik heb er al naar gerefereerd, Richard, onder “andere liedjes over vondelingen” als “Mijn moeder was een meisken”