De vrouw is niets
Vandaag 8 maart, “Internationale Vrouwendag” (sinds 1977)
is het misschien gepast om een “vrouwvriendelijk” lied te publiceren dat al in 1900 (!) werd gezongen in “progressieve” kringen, nog voor de “suffragettes” in Engeland begonnen actie te voeren.
Het werd weliswaar geschreven door een man, gehuwd met Gertrude Helena Crescentie de Grauw, samen ouders van twee zonen. We hebben het over Amsterdammer Hendrik Clemens Muller (1855-1927), “vrijdenker en lid Sociaal-Democratische Bond”, leraar, dichter en auteur van meerdere liederen, toneelstukken enzovoort.
Het epitheton “progressief” is hier wel op zijn plaats want de opvattingen in dit lied stemmen zeker niet overeen met wat de meeste mannen én vrouwen hierover dachten bij het begin van de 20e eeuw … Sommigen nog steeds niet vermoed ik.
Zoals dat ook in kranten de gewoonte is om de aandacht te trekken, dekt de titel van het lied de lading niet, integendeel.
De vrouw is niets
1098 [A] H.C. Muller (1855-1927) [C] Jan van den Acker (1828-1881)
« De vrouw is niets, » zo roept gij domme rijken;
gij, die haar koopt als was z’een beurspapier:
gij, die haar huwt om met haar geld te prijken;
gij, die haar duldt, als huiselijk plezier!
« De vrouw is niets, z’is voor de man geschapen,
zij is een wezen, dat niet voelt en denkt. »
zo denkt gij, o, verachterlijke knapen,
die aan uw lusten haar ten offer brengt.
De vrouw is niets, zo denkt gij, godsgezanten,
die haar met kerk, met hel en hemel plaagt;
de vrouw is niets, zo roept gij vrome kwanten
die haar het geld uit hare zakken jaagt.
« De vrouw is niets, » denkt gij fabriekdespoten,
die haar met man en kind’ren zwoegen laat.
« De vrouw is niets, » zegt gij, waanwijze groten,
die haar beschouwt als weeld’ en als sieraad!
Maar wij, die voor het gouden kalf niet knielen,
wij, die nog hechten aan een ideaal,
wij, die ’t geloof van zwakke, kranke zielen
bestrijden met der rede blinkend staal.
Wij die voor recht en waarheid nog ontgloeien,
die breken met der mode heerschappij,
wij die de mens bevrijden uit de boeien
van onrecht en van geestesslavernij.
Wij roepen u, o trotse rijken, tegen:
de vrouw is meer, hoe nietig z’u ook schijn,
de vrouw is veel, hoe slecht men haar bejegend,
de vrouw zal in de toekomst alles zijn!
Als eens het juk van priesterdwang zal vallen,
als eens de zon van vrijheid op zal gaan,
als eens dees aard behoren zal aan allen,
dan breekt voor haar de schoonste toekomst aan.
Dan zal de vrouw in waarheid eerst beminnen,
als maagd, die fier en toch beminlijk bloost,
als vrouw, wier liefde ’t heerlijk is te winnen,
als moeder van een talrijk, bloeiend kroost!
| Partituur * De vrouw is niets * | |
1. instrumentaal
|
Bronnen: zangwijze: Gij zijt kanalje (1896) tekst in "Socialistische liederenbundel" 1928 - Gent - Vooruit (MUZ0981 pag. 44) melodie in "Gij zijt Kanalje" 1974 - Utrecht - Jaap van de Merwe (MUZ0004 pag 214) en in "Geschiedenis van het Café-Chantant" 1987 - Brugge - Willy Lustenhouwer (MUZ0165 pag. 373)