Microben
Dit schreef ik in 2020 tijdens de Covid-19 miserie als reactie op de bespreking van liederen over pandemieën (zoals de Spaanse Griep bijvoorbeeld):
“R. Vermandere gaf een lied uit bij Gustave Faes in Antwerpen onder de titel “Microben”. De tekst werd overgenomen in “Liederenboek van het Alg. K. Vl. Studentenverbond” (1913). Het lied is een satire en heeft geen wetenschappelijke waarde. Het gaat ook niet specifiek over de (Spaanse) griep want het suggereert dat het pas ontdekte bestaan van de nauwelijks zichtbare microben aantoont dat zowat alles aan deze “kleine diertjes” te wijten is. Rob Van Deun stuurde me een veldopname (waarvoor nogmaals dank) die door Herman Van Gorp in 1976 werd gemaakt bij Regina Dockx uit Oud-Turnhout tijdens de voorbereiding van zijn licenciaatsverhandeling. Zij zong uit het hoofd een stuk van het lied voor. Het zal ons nog wat kopzorgen opleveren om die opname te analyseren en om te zetten in bruikbaar notenschrift, tenzij we de originele partituur van Vermandere kunnen terugvinden.”
Dankzij een reactie van “Pelle” (in maart 2025) kon ik een partituur van het lied geschreven door René Vermandere (1857-1944) bemachtigen, later uitgegeven bij Delbeke in Gent, thuisstad van de vermelde zanger Pol Speeckaert (1879-1935). Sinds 2014 zijn zowel tekst als muziek helemaal rechtenvrij.
Microben
1068 [AC] René Vermandere (1857-1944)
Sinds een korten tijd is er een dier ontdekt
Of beter een klein dierke,
Dat wel honderd duizend malen minder is,
Dan ’t allerkleinste mierke;
’t Weegt juist tienmaal minder dan een zeepblaas weegt
En van ’t minst dat gij een liter geersten leegt,
Hebt g’er vier millioen,
’t en is u niet misgund,
Een kosteloos verblijf in uwe maag vergund !
Microben, microben
Buiten, binnen, onder ons en boven :
Geen enkel’ plaats waar g’haar niet vindt;
Ze zit in vuur, in sneeuw, in ijs en wind!
Microben, microben
Buiten, binnen, onder ons en boven.
Geen enkel’ plaats waar g’haar niet vindt;
Ze zit in vuur, in ijs en wind!
Men heeft de microob in alle spijs en drank,
Bij alle dier gevonden :
Zij wordt met de brieven, met den telegraaf,
En telefoon verzonden.
Gans deez’ aard’ is slechts een groot microbennest
Oud’ en nieuwe wereld zijn er door verpest :
En in Congo ook, microob al wat men ziet,
Er zijn er daar zoveel dat zij gaan half voor niet.
’t Schijnt dat er veel soorten van microben zijn,
Verschillend naar de landen :
Aan den Noordpool kunnen zij goed tegen kou,
In Congo tegen ’t branden;
Aan de Rode Zee zijn zij zo rood als bloed,
Aan de Zwarte Zee zijn zij zo zwart als roet;
In China zijn zij geel, van poten tot aan kop
In Pruisen hebben zij ook enen pinhelm op !
Al de ziekten die er op deze aarde zijn,
We hebben z’hun te danken :
Waren ‘r geen microben, al ons kwaad hield op,
Er waren scheel’ noch manken.
Z’hebben ons geschonken die influenza,
d’Hysterie, migraine en etcetera :
En als ze vechten daar, dat ’t aan de ribben houdt,
Dat komt door de microbe van het Engels zout !
Elke dag brengt veel nieuwe microben voort,
Ik zelf heb er gevonden :
En als monsters zonder waarde heb ik die
Mijnheer Pasteur gezonden.
Hij heeft ze dan ook met aandacht bestudeerd
En mij met een groten langen brief vereerd,
Waarin dat hij mij de namen heeft verkond
Van al de nieuw’ microben die ik tot hem zond.
| Partituur * Microben * | |
instrumentaal
|
|
Regina Dockx (circa 1975)
|
Bronnen: liedblad van Pol Speeckaert (1879-1935) uitgegeven door Eugène Delbeke, Gent, niet gedateerd in "HET VOLKSLIED in Kasterlee, Lichtaart, Tielen, Gierle, Turnhout en Oud-Turnhout" - thesis Herman van Gorp, 1976. Partituur gesignaleerd door "Pelle" en doorgestuurd door "Philip verzamelt"
De Europese oorlog (1914)
Dit lied vonden we onder verschillende titels terug op liedbladen en in liedschriften. Het gaat uiteraard over de Eerste Wereldoorlog (die in het begin alleen onder Europese landen werd uitgevochten tot Amerika ook meedeed) : niemand wil die oorlog maar niemand kan er aan ontsnappen en velen zullen het niet kunnen voortvertellen. Misschien toch maar beter vermijden zo’n oorlog, uiteindelijk verliest iedereen(1), maar blijkbaar heeft niet elke gezagsdrager voldoende geschiedenislessen gehad.
Over de zangwijze is niet iedereen het eens, wij vonden dat “Meet me tonight in dreamland” er het best bij past en dat vindt de Nederlandse Liederenbank ook.
De “Mills Brothers” zingen het meerstemmig maar beperken zich tot het refrein.
De Europese oorlog
1067 [A] onbekend [C] Leo Friedman (+1929)
Een felle strijd is weer bereid
tussen Europese staten.
Eenieder land vindt het een schand,
oorlog ja zal men steeds haten.
Volkeren gaan elkaar vermoorden,
onschuldig bloed roept in akkoorden:
Waarom is er geen vrede,
Moet er steeds oorlog zijn ?
Er wordt zoveel geleden,
Op ’t slagveld ziet men bitter lijên.
Vaders van huisgezinnen
Trekken ten strijde heen.
Vrouwen en kinderen treuren thuis.
0 oorlog, o schrikwekkend kruis.
Een wrede slag ziet men bij dag.
Honderden ziet men er vallen.
Hun brekend oog gericht omhoog,
hoort hoe de kanonnen knallen.
En ver van huis, van maagd en van vriend,
van vader, moeder, vrouw en kind.
Geen mannen meer, wat een oneer.
Ziet gij die jeugdige knapen ?
Van moeders haard wreed weggeschaard,
hanteren ’t bloedige wapen.
Hun jeugdig bloed dat ziet men thans vloeien,
uit brede wond de grond besproeien.
Daar in de schuur bij ’t knapp’rend vuur
zitten twee grijsaards te dromen.
Hun enig kind, door hen bemind,
moest onder de wapens komen.
Op zek’re dag, hun leed was groot,
hun enig kind, hun zoon was dood.
Ziet gij die man zo goed hij kan,
strompelend gaan op twee krukken ?
Hij was een held, op het slagveld
schoot men zijn benen in stukken.
En voor zijn moed prijkt op zijn borst
het erekruis voor land en vorst.
| Partituur * De Europese oorlog * | |
instrumentaal
|
Bronnen: zangwijze: "Meet me tonight in dreamland" (1909) anonieme liedbladen 1914-1918, ook getiteld "Waarom is er geen vrede" en "Gevloekt zij de Oorlog" lied nr 2.6 in "Het VOLKSLIED in Kasterlee en omgeving" (MUZ0903)
(1)Uitgezonderd de fabrikanten van wapentuig.
De broodrover
De industriële revolutie eind 19e eeuw bracht onherroepelijk het stijgend gebruik van machines met zich mee, aangedreven door stoom, door elektriciteit of door diesel. Het waren in de ogen van de fabrikanten middelen om sneller en goedkoper te produceren, voor de zich overbodig voelende handenarbeiders waren het eerder “broodrovers”.
Dat lieten ze niet zomaar gebeuren, er kwamen – na veel hevige en bloedige strijd – vakbonden om te ijveren voor een menswaardig bestaan voor iedereen en billijke vergoedingen voor elke vorm van arbeid.

Stadsgraanzuiger met stoomdrijfkracht – in gebruik genomen in 1927 – ondertussen verhuisd naar Rotterdam
In dit lied gaat het meer specifiek over de graanzuigers (elevatoren) die in de haven van Antwerpen in gebruik werden genomen vanaf 1883 op initiatief van Schepen Ferdinand Van der Taelen. Zo moest het graan niet zak per zak gelost worden maar kon het veel sneller overgeheveld worden naar silo’s aan land en omgekeerd. Resultaat: meer dan 3000 dokwerkers op slag werkeloos! Geen wonder dat de ijverige schepen door een woedende menigte werd belaagd en moest ontzet worden door 16 gendarmes te paard met de sabel in de hand.
Wie de tekst voor dit lied schreef weten we niet, de niet vermelde melodie komt van het lied “Blue Bell” dat in 1904 verscheen. Dat gaat over een soldaat die zijn geliefde moet verlaten voor een niet nader genoemde strijd. Hij overleeft het niet …
De Broodrover
1066 [A] onbekend [C] Theodore F. Morse (1873-1924)
Daar klinkt langs alle kanten
een kreet vol bange klem:
“De elevator zal komen”
roept ieder met droeve stem.
Het werkeloos tal gaat stijgen,
d’armoe sluipt de woning in.
Geen arbeid is er meer te krijgen,
verhongeren doet menig gezin
Waar is de werkman
die steeds vol vlijt
zijn krachten weidde
aan harden arbeid?
Ja, ziet hem staren
droevig ter neer
op hongerige kinderen,
voor hem geen arbeid meer.
Ziet gij die lange scharen
van mannen vol van kracht?
Het zijn allen werkelozen,
thans verschopt en thans veracht.
Drie duizend kloeke mannen
staan nu weer aan de kant
door de elevatoren,
de vloek van ’t ganse land.
Daarom, o werkmans zonen
voor wien men d’arbeid dooit,
schaart u onder de vanen
die men voor u ontplooit.
Laat thans uw stemme horen,
geef aan ons werk en brood:
weg met d’elevatoren
die ons doemen ter dood.
3. Waar is de werkman
die steeds het graan
op zijn schouders
in de schuren deed gaan?
Ja, ziet hem dwalen,
bleek als de dood,
want d’ellevatoren
ontstolen hem brood.
| Partituur * De Broodrover * | |
instrumentaal
|
Bronnen: zangwijze: Blue Bell (1904) liedblad drukkerij Van den Eynde, Antwerpen (MUZ0956 pag. 22) “Drij Moorden voor Vijf Cens” (MUZ0544 pag. 89 e.v.) “Liederen der industriële revolutie - deel 1, 2 en 3” (MUZ0070 pag. 144)
Ook in Nederland verscheen in Amsterdam op een anoniem liedblad een lied over hetzelfde thema, op een andere, niet vermelde melodie.

