0

Van enen Doctor en ene Dochter

Geplaatst door Johan Morris op 16 juli 2026 in liedbladen, liedboeken, liederen, Over Liefde & Verdriet |


Dit is eeen marktzangerslied van circa 1860, één van de duizenden die we zelden in ons repertoire opnemen omdat ze veel te uitgebreid de gebeurtenissen verhalen en op (bijgevolg) eentonige melodieën werden gezongen. Alleen al het onderschrift bij de titel is een ruime samenvatting van de gebeurtenissen. Het zou allemaal echt gebeurd zijn in Amsterdam, maar dat valt nu niet meer te controleren.

Oordeel zelf en probeer geduldig de 17 strofen tot u te laten doordringen.

De vermelde melodie “De Moorinne van Amerika” konden we onrechtstreeks terugvinden en kwam in onze andere liedbesprekingen nog niet aan bod.

Van enen Doctor en ene Dochter

1084 [A] onbekend [C] trad.

1
Wonder is Gods kracht in het menselijk geslacht,
die van het begin heeft geplant de zoete min
in het huwelijk op het aarderijk
opdat door den band van de liefde heel constant
elk zou leven met malkaar in zuiver min tegaar.
2
Eenen doctoor schoon, lieftallig van persoon
Binnen Amsterdam, vrijde een jongvrouw hoog van stand
Hij was arm van goed, maer edel van gemoed
Zij gaf hem haer trouw om te zijn als man en vrouw
En te leven heel constant, in min en egten band
3
Maer den vader gram, van zijn dogter dit vernam
Dwong met geweld, om het goed en om het geld
Dat zij trouwen zou, deze schoon jongvrouw
Met een rijken heer, of hij dreeg(1) haer met verzeer
Zodat zij met een droef getraen, den dood zou onderstaen
4
En tegen wil en dank, trouwde zij door vaders dwank
Tegen haeren zin, om het geld, maer zonder min
Deze schoon jongvrouw, was vol druk en rouw
Want zij dagt altijd, op haer eerste lief met vlyt
Die door de liefde excellent, stond in haer hert geprent
5
Naer twee jaeren tijd, noyt geen uer van gezondheyd
Nog geen kinders zond, ’t was al druk en tegenspoed
In een litargie, door melankolie
Bleef zij in den nood, ider meynde zij was dood
En zij wierd met veel droefheyd, al in het graf geleyd
6
Den doctoor die hoord’, schijnt van rouw zijn hert doorboord
Haeren besten vriend, die haer het eerst had bemind
In zijn traenenvloed, riep: ach bitter zoet
Ach mijn schoon jongvrouw, die mij had beloofd uw trouw
Schoon mijn hoop nu is gedaen, mijn min zal noyt vergaen
7
Mogt ik naer uw dood, nog eens zien uyt liefde groot
Ach uw bleek aenschijn, tot vertroosting van mijn pijn
Hij sprak met getraen, den grafmaeker aen
Ik zeg u met er spoed, nog de kiste open doet
Ziet voor loon word u geteld, twee honderd guldens geld
8
Het was middernagt, dat daer niemand op en dagt
Kwamen zoo aen ’t graf, en den steen gewenteld af
Hij ook niet en mist, hij opent de kist
En hij riep met rouw, ach mijn overschoon jongvrouw
Hoe ligt gij hier in mortus schoot, verslonden van de dood
9
Hij uyt s’hertens grond, kust haeren bleeken mond
Hoort door wonder maer, wat den minnaer wierd gewaer
Haeren adem gaet, haeren pols die slaet
Ja, haer jeugdig hert, klopte nog in deze smert
Den doctoor stond, g’heel versteld, aenzag dat zoete beeld
10
O wonderlijk vertoog! En hij regte haer omhoog
Zij bleef zitten regt, hoort wat den grafmaker zegt:
Met een kort beraen, laet me vlugten gaen
Hij wierd g’heel bevreesd, meynde het was eenen geest
Den doctoor sprak zonder schuld
Grafmaeker hebt geduld
11
En zyt niet bevreesd, het en is geenen geest
Stopt uw graf terstond, zwijgt maer stil, houd uwen mond
Want zij voor gewis, nog in ’t leven is
Ziet dat zoete lam, hij haer in zijn armen nam
En hij droeg haer reyn en kuys
Met vreugden naer zijn huys
12
Hij leyd haer g’heel net, op een zuyver pluymen bed
Hij gaf haer medcyn, tot vertroosting van haer pyn
Door doctoors konst en kragt, en Gods wonder magt
In zes weken teyd, kreeg zij weer haer gezondheyd
Loft den grooten God van al
Hoort wat hier volgen zal
13
Tot haer eer en lof, een nieuw kleed van ’t zelve stof
Liet hij maken gaen, gelijk zij eertijds had gegaen
En een schoon maeltijd, heeft hij daer bereyd
Hij noode haeren man, en veel vrienden die als dan
Daer kwamen verheugd van geest
Het scheen een bruloftfeest
14
Naer de maeltijd dan, doen sprak hij tot haeren man
Ach mijnheer bekend, die mijn liefste hebt ontwint
Door uw geld en goed, Wilt gij met’er spoed
Nog uw huysvrouw zien? Hij sprak hoe kan dit geschien?
Mijn huysvrouw die leyd in ’t graf
Zij is van de weireld af
15
Den doctoor met’er spoed, terstond de kamer open doet
Ziet de schoon jongvrouw, zonder druk of zonder rouw
Die kwam daer uyt ’t salet, Zuyver klaer en net
Frisch en wel te pas, Zoo als zij te vooren was
Een ider stond heel versteld
Mijnheer met groot geweld
16
Hij viel in onmagt, En hij stierf den derden nagt
Maer nog g‘heel present, Maekte hij zijn testament
Al zijn geld en goed, Land in overvloed
Was voor zijn huysvrouw, En den doctoor heel getrouw
Die kreeg dees jongvrouw tot zijn lot
Het was den wil van God
17
Korten tijd daer naer, Trouwde daer dat lieve paer
Een ieder was verblijd, Naer zijn moeyte en grooten strijd
Hij leefde met zijn vrouw in den min getrouw
Zeven kinders schoon, Kreegen zij tot hunnen loon
En Benedictie in geld en goed
In grooten overvloed

(1) dreigde

PDFlogo Partituur * Van enen Doctor en ene Dochter *
MP3logo
      1. instrumentaal

 Bronnen:
zangwijze: De Moorinne van America
MUZ1084 liedblad nr 73 gedrukt bij Van Paemel, Gent
MUZ0420 "Onder de Groene Linde" pag. 370 e.v.
MUZ0683 Kroniek vd Kempen" pag. 150
MUZ0635 "Anoniem liedboek" pag. 16
MUZ0805 "Monsterleeet" nr 64

Tags:

2

Aan het Noordzeestrand

Geplaatst door Johan Morris op 9 juli 2026 in liedbladen, liedboeken, liederen, Over de Zee en zo, Over Liefde & Verdriet |

Martha Müller-Grählert

In 1907 schreef Martha Müller-Grählert (1876-1939) – een “voorkind” geboren als Johanna Karoline Friedchen Daatz – het gedicht “Mine Heimat” en dat begon als volgt:

Wo de Ostseewellen
Trecken an den Strand,
Wo de gele Ginster
Bleuht in’n Dünensand,
Wo de Möven schriegen
Grell in’t Stormgebrus,
Da is mine Heimat,
Da bün ick tau Hus.

Friedrich Fischer-Friesenhausen maakte van de Oostzee schaamteloos de Noordzee en dat werd het refrein van het “Nordseewellenlied” of “Friesenlied” en ondermeer Lale Andersen – vooral bekend van haar versie van “Lili Marleen” – zong “Wo de Nordseewellen …” in het “platduits”.

Pas na de 2 wereldoorlogen kwam er een nederlandstalige versie, geschreven door Dico Van der Meer (1897-1951) en op dat moment hadden de “echte” marktzangers al zwaar te lijden van promotie-orkestjes, op straat gestuurd door platenfirma’s om hun schlagers te promoten.  Die verspreidden grote liedbladen met veelzeggende titels als “Nieuwste Successen”, “Onze Radiosuccessen” enzovoort. De plaatopname van Jan Verbraeken was dan wel op de radio te horen maar de verkoop werd dus ondersteund door straatmuzikanten.

Nu het zomerverlof weer begonnen is en het Noordzeestrand overspoeld wordt door zonnekloppers lijkt het me gepast deze ode aan de zee en de visserij terug in het zonlicht te plaatsen.

Aan het Noordzeestrand

5 [C] S. Kranning (1866-1936) [A] Dico Van der Meer (1897-1951)

Ik heb op zee mijn leven lang gevaren
M’n vissersdorp ligt aan het Noordzeestrand
Ik win mijn brood met zwalpen op de baren
toch denk ik vaak: mijn rijkdom ligt aan land!

Waar het lied der branding ruist bij dag en nacht,
waar’t vertrouwde huisje altijd op me wacht.
Waar de meeuwen schreeuwen boven’t golfgebruis
daar ben ik geboren, daar voel ik me thuis.
Waar de klokken luiden: “Visser vaar naar huis”
Daar ben ik geboren, daar voel ik me thuis.

Ik voel me klein wanneer de stormen huilen
door’t zwiepend want, belust op zwakke buit.
Maar voor geen geld ter wereld wil ik ruilen,
m’n vrij bestaan als koning op m’n schuit!

PDFlogo Partituur * Aan het Noordzeestrand *
MP3logo
      1. instrumentaal
MP3logo
      2. Jan Verbraeken 1951 (fragment)

 Bronnen:
Zangwijze: Friesenlied (Wenn Die Nordseewellen)
oorspr. tekst: Martha Müller-Grählert (“Mine Heimat”, 1907); 
bewerkt door Friedrich Fisher-Friesenhausen als “Friesenlied”; 
Eerste nederlandstalige plaatopname in 1950 door Jan Koster, 
gevolgd door Jan Verbraeken in 1951. (MUZ0146 pag. 10)
Liedblad "Nieuwste Successen" (MUZ0733)
Liedblad "Onze Radiosuccessen" (MUZ0956)

Tags:

0

Het was op een donderdagavond

Geplaatst door Johan Morris op 2 juli 2026 in liedboeken, liederen, Over Liefde & Verdriet, Over Moord & Rampen |

De donderdagavond was vroeger de avond dat de geliefden bij elkaar kwamen om te vrijen“, zo weet Harrie Franken te vertellen in “Kroniek van de Kempen – deel 1”. Met “vroeger” wordt dan de 18e-20e eeuw bedoeld in het lied dat we vandaag ontrafelen. We vonden een aantal varianten terug zoals ze her en der in Vlaanderen en Nederland werden opgetekend circa 100 jaar geleden.

Als melodie werd soms gerefereerd naar “Er waren twee koningskinderen” of naar “Aan d’oever van een snelle vliet”, alias Het Weesmeisje, lied dat we uitvoerig bespraken op 28/11/2012
Die laatste melodie is gebaseerd op de aanhef van “Nel cor non piu mi sento” uit de opera “Molinara” van Giovanni Paisiello (1788).
Volgens Lambrecht Lambrechts in “Limburgse liederen” vond hij het in enkele liedschriften terug met titels als “De Requiem” en “De Meid” en de door hem opgetekende melodie is een zeer vereenvoudigde versie van “Nel cor”.


Ate Doornbosch noteerde het als ” ’t Is van een koopmansdochtertje”, hem voorgezongen in Alphen (NL) in 1977 door de zussen Anna en Christina Adriaanse. Vrijwel dezelfde tekst noteerde Harrie Franken aldaar bij Marie Adriaansen, allicht de derde zus. Volgens Harrie besprak Julien De Vuyst in “Volkskunde”, jrg. 77, nr. 3-4 pag. 286, negen varianten van het lied maar de website www.volkskunde.be waar heel het archief van dit tijdschrift zou staan blijkt ondertussen te zijn “bijgewerkt” en het archief van voor 2012 – 112 jaargangen –  gedumpt. De website www.belgicaperiodicals.be heeft zelfs geen enkel exemplaar van dit tijdschrift in de catalogus…

Een andere variante staat als “De Valse Trouw” op de LP “Volksmuziek uit het Hertogdom Brabant” van De Vlier en onder dezelfde titel in het “Liedboek DE KADULLEN”.

      1. De Valse Trouw - De Vlier (fragment)

Wie hebben ons vooral gebaseerd op een tekstversie die Julien De Vuyst publiceerde in “Marktzangersliederen uit Erpe-Mere” en die tekst gecombineerd met andere versies om de gebroken rijmen zoveel mogelijk te herstellen.

Het was op een donderdagavond

1083 [AC] trad. 18e eeuw

Het was een donderdagavond dat Lena stond gereed,
haar minnaar af te wachten, gelijk ze gewoonlijk deed

Haar minnaar af te wachten,
gelijk ze gewoonlijk deed.

Haar minnaar kwam aangetreden,
haar minnaar kwam aangegaan
“Zeg minnaar, hoe lang zal’t nog duren
voor dat wij trouwen gaan?”

Zeg minnaar, hoe lang zal’t nog duren
voor dat wij trouwen gaan?

(Hij) “Nog drie jaren zulde gij wachten
want trouwen ben ik niet van zin.”
(Zij) “Als ik nog drie jaar moet wachten
ben ik van den dood verslind.”

Als ik nog drie jaar moet wachten
ben ik van den dood verslind

Zij is op haar kamer getreden, zij is op haar kamer gegaan.
En z’is op haar bedde gaan liggen en z’is nooit meer opgestaan

En z’is op haar bedde gaan liggen
en z’is nooit meer opgestaan.

“Adieu mijn vader en moeder, adieu, ’t is voor altijd
Adieu mijn zuster en broeder, ‘k vertrek naar d’eeuwigheid.”

Adieu mijn zuster en broeder,
‘k vertrek naar d’eeuwigheid.

De klokken begonnen te luiden, de klokken begonnen te slaan
En in plaats van bruiloft te vieren is zij naar het graf gegaan.

En in plaats van bruiloft te vieren
is zij naar het graf gegaan.

PDFlogo Partituur * Het was op een donderdagavond *
MP3logo
      2. instrumentaal

 Bronnen:
zangwijze: "Aan d'oever van een snelle vliet"
In “Kroniek van de Kempen” - deel 1 - Harrie Franken (MUZ0787)
In “Marktzangersliederen uit Erpe Mere” - Julien De Vuyst (MUZ0136)
In “Traditionele Muziek uit Vlaanderen” - Wim Bosmans (MUZ0111)
In “Onder de Groene Linde” - Ate Doornbosch (MUZ0485)
In “Het Vlaamse Volkslied in Europa - deel 1” - Albert Boone S.J. (MUZ0525)
In "liedboek DE KADULLEN" - Richard Van der Staey (2015) (MUZ0714)
LP "Volksmuziek uit het Hertogdom Brabant"- De Vlier (1968)

Tags:

Copyright © 1967-2026 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.