Aan het Noordzeestrand
In 1907 schreef Martha Müller-Grählert (1876-1939) – een “voorkind” geboren als Johanna Karoline Friedchen Daatz – het gedicht “Mine Heimat” en dat begon als volgt:
Trecken an den Strand,
Wo de gele Ginster
Bleuht in’n Dünensand,
Wo de Möven schriegen
Grell in’t Stormgebrus,
Da is mine Heimat,
Da bün ick tau Hus.
Friedrich Fischer-Friesenhausen maakte van de Oostzee schaamteloos de Noordzee en dat werd het refrein van het “Nordseewellenlied” of “Friesenlied” en ondermeer Lale Andersen – vooral bekend van haar versie van “Lili Marleen” – zong “Wo de Nordseewellen …” in het “platduits”.
Pas na de 2 wereldoorlogen kwam er een nederlandstalige versie, geschreven door Dico Van der Meer (1897-1951) en op dat moment hadden de “echte” marktzangers al zwaar te lijden van promotie-orkestjes, op straat gestuurd door platenfirma’s om hun schlagers te promoten. Die verspreidden grote liedbladen met veelzeggende titels als “Nieuwste Successen”, “Onze Radiosuccessen” enzovoort. De plaatopname van Jan Verbraeken was dan wel op de radio te horen maar de verkoop werd dus ondersteund door straatmuzikanten.
Nu het zomerverlof weer begonnen is en het Noordzeestrand overspoeld wordt door zonnekloppers lijkt het me gepast deze ode aan de zee en de visserij terug in het zonlicht te plaatsen.
Aan het Noordzeestrand
5 [C] S. Kranning (1866-1936) [A] Dico Van der Meer (1897-1951)
Ik heb op zee mijn leven lang gevaren
M’n vissersdorp ligt aan het Noordzeestrand
Ik win mijn brood met zwalpen op de baren
toch denk ik vaak: mijn rijkdom ligt aan land!
Waar het lied der branding ruist bij dag en nacht,
waar’t vertrouwde huisje altijd op me wacht.
Waar de meeuwen schreeuwen boven’t golfgebruis
daar ben ik geboren, daar voel ik me thuis.
Waar de klokken luiden: “Visser vaar naar huis”
Daar ben ik geboren, daar voel ik me thuis.
Ik voel me klein wanneer de stormen huilen
door’t zwiepend want, belust op zwakke buit.
Maar voor geen geld ter wereld wil ik ruilen,
m’n vrij bestaan als koning op m’n schuit!
| Partituur * Aan het Noordzeestrand * | |
1. instrumentaal | |
2. Jan Verbraeken 1951 (fragment) |
Bronnen: Zangwijze: Friesenlied (Wenn Die Nordseewellen) oorspr. tekst: Martha Müller-Grählert (“Mine Heimat”, 1907); bewerkt door Friedrich Fisher-Friesenhausen als “Friesenlied”; Eerste nederlandstalige plaatopname in 1950 door Jan Koster, gevolgd door Jan Verbraeken in 1951. (MUZ0146 pag. 10) Liedblad "Nieuwste Successen" (MUZ0733) Liedblad "Onze Radiosuccessen" (MUZ0956)
