De arme blinde

Nogmaals een lied uit 1919 dat een veel voorkomend tragisch gevolg voor soldaten aan het front in 1914-18 beschrijft. Door de barre omstandigheden in de loopgraven en vooral door het barbaars gebruik van mosterdgas – door beide partijen overigens – werden vele soldaten die het overleefden blind.
Zie hierover ook
- “De blinde soldaat” (Achille Coppenolle)
- “De blinde soldaat” (Armand Wittox)
- “De klacht van een blinde soldaat, door zijn vriendin verlaten” (Aloïs Van Peteghem)
De onbekende auteur van “De arme blinde” koos als melodie voor het 19e eeuwse “The cottage by the sea” (circa 1850), bij ons alom bekend in de vertaalde versie als “Het hutje bij de zee“.
De arme blinde
1047 [A] onbekend [C] G.R. Thomas
In de droef Augustus dagen
van het eerste oorlogsjaar
zat een jong’ling en een meisje
treurend, wenend naast elkaar.
« Ach, mijn lieve » sprak de jongeling,
‘k zie mijn land gehoond, geknecht.
‘k Kan niet langer hier verblijven.
Denk aan mij terwijl ik vecht. »
‘k Kan niet langer hier verblijven.
Denk aan mij, denk aan mij terwijl ik vecht.
’t Meisje zwoer hem trouwe liefde,
Kloek was hij op ’t oorlogsveld;
Een granaatscherf trof zijn ogen;
Blind is, ach! de jonge held.
En hij dacht weer aan de dagen
Van het eerste oorlogsjaar,
Toen zij bij het haastig scheiden,
Trouwheid zwoeren aan malkaar.
Toen zij bij het haastig scheiden,
Trouwheid zwoeren, trouw zwoeren aan mekaar.
Toen weer vrede was gekomen,
Stond het meisje reeds gereed,
Zij omhelst den arme blinde,
Troostte zoet zijn droevig leed.
«Kunt gij nog een blinde minnen?»
Vroeg de jong’ling, diep ontroerd.
«Dubbele liefde, » was het weerwoord
«heeft ons handen nu omsnoerd. »
«Dubbele liefde,» was het weerwoord
«heeft ons handen, ons handen nu omsnoerd.»
| Partituur * De arme blinde * | |
1. instrumentaal
|
Bronnen: tekst uit MUZ0991 "Liederen na den oorlog" (1919) zangwijze: The cottage by the sea
Dinant
Het is ondertussen ruim 10 jaar geleden dat we veel aandacht hebben besteed aan Wereldoorlog 1. Hoog tijd om nog wat te snuisteren in de schier onuitputtelijke reeks liederen over deze waanzinnige periode.
We lezen op www.tracesofwar.nl dit kort relaas door Luc Van Wayenberge:
“Op zondag 23 augustus 1914 plegen de Duitsers de gruwelijkste gewelddaden tegen de burgerbevolking en worden de meeste gebouwen van Dinant vernield. In totaal worden 674 inwoners, onder wie vrouwen, bejaarden en kinderen, door de Duitse troepen vermoord. Honderd jaar na de vreselijke gebeurtenissen werd naast het klooster van de Kapucines, een monument geplaatst om de slachtoffers te herdenken. De namen van de slachtoffers zijn in het monument verwerkt. Het monument werd op 23 augustus 2014 in het bijzijn van Koning Filip en autoriteiten onthuld.”
In het boekje “Liederen na den oorlog”, in 1919 samengesteld en uitgegeven door J. Reinartz, vonden we in “1ste deel: ERNST” een lied hierover, op de melodie van “Morgenrood” die er in cijfercode wordt bij afgedrukt
Dat is dus niet de melodie van het gelijknamige socialistische strijdlied geschreven door D.J. Troelstra maar wel van een uit Duitsland afkomstig oorlogslied waarvan een vertaalde versie werd opgenomen in “De Vlaamsche Zanger – deel 1”.
We vonden de melodie van “Morgenroth” ook terug in “Melodieën-Gids voor bruiloften en andere gezellige bijeenkomsten, bevattende ruim 400 zangwijzen, voor piano of 4-stemmigen Zang”, in 1893 uitgegeven in Groningen door L.H. Deelman, waarin in tegenstelling (?) tot wat de titel voorspiegelt, tientallen Duitse strijdlustige zangwijzen werden opgenomen. Ook “Morgenroth, Morgenroth” is een strijdlied dat door Friedrich Zikoff (1824-1877) in 1864 werd gecomponeerd ter ere van de Pruisische kroonprins Friedrich III (1831-1888) tijdens de Tweede Duits-Deense Oorlog. Zijn zoon Wilhelm II was de laatste Duitse “Kaiser” en tevens de gehate leider van “het uitschot van het Duitse heer” waarvan sprake in dit lied.
Dinant
1046 [A] anoniem [C] zangwijze: ” Morgenroth” (Friedrich Zikoff)
O Dinant! O Dinant!
sieraad van het Walenland.
Hangend aan de Beiaard wanden (1),
spieg’lend uwe lustwaranden,
‘k zie u nu tot puin verbrand.
O Dinant, arm Dinant!
Mikpunt der bandietenhand.
Eerst geplunderd, toen beschoten,
dan met vuurstof overgoten
ligt gij daar tot as verbrand.
O wat lijden stond te beiden
’t arme volk der waalse gouw.
Zevenhonderd mensen vielen!
Droevig werk der lage zielen
van het Duits soldatengouw.
Twalef kleinen voelden ’t schrijnen
van het scherpe pruisisch zwaard.(2)
Moedersarm was gene hoede
voor die vuig’ Herodes woede
van dat volk in beest ontaard.
Eerst u plagen, dan belagen,
eerloos roven uwe eer:
waardig werk der grijs trawanten.(3)
Cultuurvolk! maar Satans klanten:
uitschot van het Duitse heer.(4)
(1) Dinant ligt naast de Beiaard-rots: een stuk rots dat volgens de legende afsplitste van de bergwand toen het reusachtige Ros Beiaard vanaf de rots over de Maas sprong.
(2) Twaalf kleine kinderen zouden neergesabeld zijn terwijl ze in moeders armen schuilden.
(3) Grijs was de kleur van het Duitse soldatenuniform.
(4) heer = heir, leger
| Partituur * Dinant * | |
1. instrumentaal
|
Bronnen: melodie in "De Vlaamsche Zanger - deel 1" (anno 1899) (MUZ0121) lied nr 62 en in "Melodieën-Gids voor bruiloften en andere gezellige bijeenkomsten" (anno 1893) (MUZ1055) tekst in "Liederen na den oorlog" (anno 1919) (MUZ0991) bewerkt door J. Reinarts Originele duitse tekst is van W. Hauff (1824)
Liedeken van Theophiel
Meermaals verwezen we hier al naar de zangwijze “Van Theophiel” zoals die enkele keren was aangeduid bij oude moordliederen. Tijd om het origineel (of wat we ervan terugvonden) hier ook een plaatsje te geven, al moeten we ons vooral baseren op producten van mondelinge overlevering. Het verhaal en de melodie(1) stammen uit de 19e eeuw of vroeger, Oostendenaar Jan Van Wulpen (1866-1930) beweert op een liedblad dat de “woorden” van hem zijn maar wij vonden ook flarden op liedbladen die nog treuren over Napoleon (+1821).
Het lied verhaalt de onfortuinlijke lotgevallen van een jongeman die naar Pruisen trekt om werk te zoeken. Als hij bij een hevig onweer in een herberg gaat schuilen komt daar ook een rijke heer het ontij ontvluchten. De uitbaters van de herberg merken dat die man veel geld en kostbaarheden bij zich draagt en ’s nachts vermoorden en beroven ze hem. Ze verstoppen een deel van de buit in de reiszak van Theophiel, sturen hem weg en geven hem dan aan bij de de arm der wet. De bewijzen zijn overtuigend, Theophiel zal terechtgesteld worden. Gelukkig is hij al heel zijn leven een godvruchtige gelovige en dus wordt zijn smeekbede gericht aan Onze-Lieve-Vrouw verhoord waarna de snode herbergier en zijn eega hun verdiende lot niet meer kunnen ontlopen.
Het is opvallend hoe in oudere liederen én in sprookjes logementhouders en hun vrouw regelmatig klanten ’s nachts schijnen te beroven en zelfs te vermoorden. In het lied van Alfons belaagt zo’n koppel zelfs zonder het te beseffen hun eigen kind! Waar rook is, is vuur zegt een spreekwoord …
Alfons komt volgens dat lied toevallig ook uit Pruisen terug, met zakken vol geld: een teken dat een zelfde oer-verhaal in varianten is blijven voortleven.
We hebben het al eerder aangestipt: lang geleden waren toehoorders geduldiger en minder gehaast dan nu. Zangstukken met 10 of meer strofen? Geen probleem toen!
Liedeken van Theophiel
1045 [AC] onbekend
Vaders en moeders hier in het ronde,
kom eens en luister naar dit lied.
Jonkheid hoe ik het u zal verkonden
wat er in Duitsland is geschied.
Hoe men kan komen in zo’n geval
is een exempel voor ons al.
En Theophiel was op de baan
in Pruisen achter werk gegaan.
En Theophiel was op de baan
in Pruisen achter werk gegaan.
Regen en bliksem en donderslagen
zo een onweder werd nooit gehoord
hij steld’ op God zijn betrouwen alle dagen
en ging door het slecht weder voort
hij zag van verre een herberg staan
hij is er dan naartoe gegaan
vroeg aan den baas om logement
door het slecht weder was hij kontent
Daar kwam een heer de deur opensteken
tot Theophiel zijn druk en ellend
hij kwam daar tegen den baas te spreken
maakt aan hem zijn reize bekend
Zo een onweder heeft nooit bestaan
dat er geen mens er door kan gaan.
Zie toch wat smerten en getraan
als men het werk moet zoeken gaan.
Zij drinken, eten en vertellen
dan was het tijd om slapen te gaan
duizend frank kwam den heer te bestellen
en sprak, totdat ik morgen opsta.
Ziet hoe het geld den mens verblindt,
waar dat de baas zijn lust in vindt
met zijne vrouw vol wreedheid groot
hebben zij samen dien heer vermoord.
Z’hebben zijn koffer opengebroken
200 frank en d’horloge daarbij
in Theophiel zijn zakken gestoken
om hem te brengen in druk en lij.
‘s Morgens als hij kwam op te staan,
hij ging op reis langs bos en baan.
Den baas is naar de wet gegaan
zei: Theophiel heeft die moord gedaan
Men deed terstond telegraphieeren
en in de stad werd hij gearreteerd
van de gendarmen gekoord en gebonden
naar het prison getransporteerd.
Hij werd beschuldigd van die moord
wat een droefheid als hij dat hoort
Op ’t tribunaal, wat droefheid groot,
werd hij verwezen naar de dood.
Baas en bazin werden ontboden
zeiden dat hij de moord had gedaan
dat het niet anders konde komen,
dat het niet anders konde bestaan.
Zie hoe dat hij versteld kwam staan
als zijn pakje werd opengedaan.
’t Geld en horloge tot zijn ellend
maakt hem als moordenaar bekend.
In ’t gevang heeft hij een brief geschreven,
aan zijne moeder maakt’ hij bekend
dat hij onplichtig moest laten het leven.
Dan heeft zij zich op reis gesteld.
Als zij dan kwam bij hem gegaan
vroeg ze wat dat hij had gedaan.
Dat hij moest sterven op ’t schavot,
voor ene moeder wat droevig lot.
Ach kind, wanneer gij werd geboren
had ik u liever naar ’t water gebracht
om lijk een hond u te versmoren
ach Theophiel waar was uw gedacht?
Als ik u in ’t gevang zie staan
mijn moeders hert breekt van getraan
een moeder moet sterven van verdriet
als zij zulks van hare kinders ziet.
Ach moeder, wilt mij niet verlaten
God weet dat ik geen moordenaar ben
Maria ook zal nooit toelaten
dat ik onplichtig ’t schavot beklim.
Ik heb Hem van jongsaf bemind
en Haar getrouwelijk gediend:
zij zal mij helpen uit mijn lot
eer ik zal komen op ’t schavot.
Theophiel bad Haar alle dagen
ach Ons-Lievrouw, mijn lijden is hard.
Maar zij heeft hem ook niet verlaten
hielp Theophiel uit zijn druk en smart.
Binst den nacht kwam zij bij hem gegaan
en gaf hem daar een schoon vermaan:
morgen zijt gij uit druk en rouw
maar vergeet nooit God en Ons-Lievrouw.
Bazin en baas gingen aan ’t drinken
kregen discussie op ’t onverwachts:
de vrouw kwam haren man verwijten
dat hij van dien heer de moordenaar was.
Als de geburen dat hebben verstaan
zijn zij snel naar de wet gegaan.
Baas en bazin met volle kracht
werden dan naar ’t gevang gebracht.
(1)melodie ook “Constant en Constantie” genoemd en zeer verwant met “Hoe lig ik hier in dees ellenden” (liedblad anno 1759) of “Ach vrienden die hier staan in ’t ronde” (uitgeverij Van Paemel, Gent, 17xx-1860)
| Partituur * Liedeken van Theophiel * | |
1. instrumentaal
|
Bronnen: Zangwijze ondermeer gevonden in "Filosofen van de Straat" (Roger Hessel); afwijkende versie in het oudere "Volkslied in West-Vlaanderen" (Roger Hessel, lied nr 26) Tekstversie van Jan Van Wulpen in "Muzikaal Erfgoed van Oostende" (Roland Desnerck) Afwijkende tekstversie in "Marktzangersliederen uit Erpe-Mere" (Julien De Vuyst) Oud anoniem liedblad (verzameling Erik Wille) Beste tekstversie op een anoniem liedblad "Theophiel was op de baan" met op de keerzijde "Constant en Constantia" (verzameling Erik Wille)


