Marktzangers en straatliederen waren beschamend volgens de propagandisten van de “Vlaamse Cultuur”
Tot minstens 1970 probeerden verenigingen van Vlaamse Intellectuelen het aanzien van Vlaanderen op te krikken en het idee dat Vlaamse cultuur mijlenver achterop liep op bijvoorbeeld de Franse te ontkrachten. In die visie paste het oeuvre van de marktzangers niet en “spontane” straatliederen evenmin. Die moesten doodgezwegen worden en als het even kon helemaal uitgeroeid.
Pure censuur dus deze pogingen om de werkelijke populaire volksmuziek te laten verdwijnen. Dat lukte niet echt op die manier, al verdwenen de markt- en straatzangers uiteindelijk wel nadat radio, TV en vooral fonoplaten de rol van verspreiders van populaire liederen hadden overgenomen.
In een Lierse krant van 1917 dacht men er dit over:

Hij stierf de marteldood
De naamloze martelaar in dit lied stierf in een evenmin genoemd concentratiekamp ergens in het “zwarte land der Nazibeulen”: Duitsland of in het door Duitsland bezette Polen. De tekstschrijver had dus niet een door hem gekende persoon voor ogen maar schetst het lot van de duizenden weggevoerde verzetsstrijders die ver van huis de dood vonden.

De zangwijze dateert van 1941 en heeft het over de weldaden van de liefde. David Dewyse gebruikte ze voor een lied over het andere uiterste: haat, afschuw, wraak…
Hij zette het op een liedblad met acht liedteksten geschreven door Gerard Deschamphelaere uit Nazareth en zong het op markten en pleinen, allicht toen de oorlog voorbij was en de omvang van de gruwel in de concentratiekampen stilaan duidelijk begon te worden.

Hij stierf de marteldood
1049 [A] Gerard Deschamphelaere [C] Gabriël Ruiz (1941)
Hij stierf den marteldood
de brave man, nooit iets misdaan hier in het leven
Hij stierf den marteldood,
zijn lijk verbrand in ’t zwarte land der Nazibeulen.
« Waarom moet ik sterven » sprak een jonge man,
« waarom mag ik niet naar mijn vaderlandje gaan,
waarom goede God die alles hoort, alles ziet,
waarom spaart Ge ons het leven niet? »
Hij stierf den marteldood
de brave man, nooit iets misdaan hier in het leven
Hij stierf den marteldood,
zijn lijk verbrand in ’t zwarte land der Nazibeulen.
Hij dacht aan het uur toen hij nog zijn moeder zag
hij dacht aan het vuur dat hem zo voor d’ogen lag
hij dacht aan het huis je waar hij ooit zo werd bemind
hij dacht: « Nu ben ik voor eeuwig blind. »
Hij stierf den marteldood
de brave man, nooit iets misdaan hier in het leven
Hij stierf den marteldood,
zijn lijk verbrand in ’t zwarte land der Nazibeulen.
Voor u wil ik sterven als een wreed martelaar.
voor u die me ’t leven heeft gebracht in gevaar
voor u was mijn lijden vreselijk ongehoord,
voor u werd mijn evenmens vermoord.
Uw straf zal nooit ontgaan
laffe barbaar, gij moordenaar van menig leven
uw straf zal nooit ontgaan
den goeden God zal u zijn lot en lijden geven.
| Partituur * Hij stierf de marteldood * | |
1. instrumentaal
|
Bronnen: zangwijze: Amor, amor, amor Op liedblad "Wie Zingt Er Mee ?" uitgegeven door David Dewyse uit Menen
Heil aan U, vrijwilligers
In dit strijdlustige oorlogslied is “Klokke Roeland” de verzamelnaam van alle stormklokken in het (Vlaamse) land. De tekst is niet onverwacht fel geïnspireerd door het origineel van Albrecht Rodenbach (1856-1880)
Heil aan U, vrijwilligers
1048 [A] onbekend [C] J. De Stoop
Roeland houdt wacht,
te middernacht
luidt hij den storm met bronzen tonen.
Hij roept ten strijd, Duitsland tot spijt,
het dap’pre heir der Vlaamse zonen.
« Wreekt al de smaad die ’t land belaadt,
bekampt de Vorst die ons kwam honen.
Zo luidde Roeland de oorlogsmare,
ten strijd bereid stond daar de schare
der dappre strijders die aan ’t land
vrijwillig schonken hart en hand.
O, edel volk, Gij, trouwe tolk
Van ’t heldenras der oude dagen!
’t Oud bloed nog vloeit, ’t Vlaams hart nog gloeit
Nu ’t land, verdrukt, uw vuist komt vragen.
De leeuw ontwaakt, bloedig geraakt,
Hij brult en slaakt, zijn klauwen slagen
Valt aan den Pruis, velt hem ten gronde,
Verscheurt zijn lijf slaat wond’ op wonde.
Hij die den Leeuw van Vlaand’ren tart,
Voelt nog zijn klauw in ’t bloedend hart.
De vlaamse jeugd bewaart de deugd,
Die ’t vlaamse volk zo groot mocht maken.
Het waalse ras blijft wat het was:
Rotsvast getrouw, als ankerbaken.
«Is ’t land in nood? Vrijheid of dood!»
Die kreet deed d’eed’le harten blaken.
Strijdt voor uw land, gij kloeke helden!
Treft u de dood, wij zullen melden,
Dat gij voor ’t lieve vaderland,
Goed, bloed en leven: hebt verpand.
| Partituur * Heil aan U, vrijwilligers * | |
1. instrumentaal
|
Bronnen: zangwijze: "Klokke Roeland" door Johannes De Stoop (1824-1898) tekst in MUZ0991 "Liederen na den oorlog"

