Twee ogen zo blauw
“Vieni sul mar” is de titel van een Napolitaans “volkslied” dat bekend werd door de illustere Enrico Caruso en zijn opvolger Mario Lanza.
Volgens Arnold Rypens in “The Originals” werd het circa 1850 geschreven door Teodoro Cottrau (1827-1879), een Italiaanse zoon van de Franse componist Guillaume Louis Cottrau.
De Amsterdamse zanger en liedjesschrijver Herre de Vos (1877-1948) voorzag het samen met Willem Ciere (1883-1955) van een nederlandse tekst bij de aanstekelijke melodie die tot op heden een alomgekende meezinger blijft.
Zij baseerden zich vermoedelijk op de engelse versie “My Nellie Blue Eyes” van Willam J. Scanlan uit 1883 (gezongen door … Ida Morris)
De vertaling “Twee ogen zo blauw” werd naar verluid voor het eerst gezongen door de Vlaamse zanger Chrétien van Esse (1855-1921) circa 1903 maar het is de opname van Willy Derby uit 1935 die er een groot succes van maakte in Nederland en die werd gecoverd door Vlaamse zangers, zowel op straat als in theaters of op de radio.
Misschien heeft Sint-Valentijn het ook ooit gezongen …
De melodie werd dankbaar door marktzangers opgepikt om er een vlot meezingbaar lied mee te produceren. En spottende straatliedversies kwamen er ook, bijvoorbeeld:
één van de boksmatch en één van mijn vrouw,
twee ogen zo blauw …
“The Delmore Brothers” brachten een Country Wals versie uit van “My Nellie Blue Eyes”, met “volkse” vioolklanken en een andere melodie voor de strofen.
Twee ogen zo blauw
6 [A] Herre de Vos (1877-1948), Willem Ciere (1883-1955) [C] Teodoro Cottrau (1827-1879)
Als de lente de bomen en struiken
weer met geuren en kleuren besproeit,
dan begint ook het hart te ontluiken
want de liefde verandert toch nooit.
Elke jongen kiest zich dan een meisje
en hij fluistert haar zachtjes in ’t oor
het sinds eeuwen geliefkoosde wijsje
en dat vindt in haar hartje gehoor:
Twee ogen zo blauw,
zo innig en trouw,
al mijn geluk zijn die kijkers van jou:
twee ogen zo blauw!
Heeft hij haar tot zijn vrouwtje gekozen,
blij het oog op de toekomst gericht,
gaat hun pad ook niet altijd op rozen,
iets toch maakt dan hun levensstrijd licht.
Want bij vreugde en leed hen beschoren
verschijnt dra wat voor immer hen bindt.
Als de eersteling hen wordt geboren,
moeder zingt bij de wieg van haar kind.
Als de grijsaard vermoeid en versleten
niets in het leven van waard meer acht,
als door allen verlaten, vergeten
hij alleen op het einde maar wacht,
is hem toch de herinn’ring gebleven
die hem koestert in ’t eenzaam ste uur,
da’s zijn laatste sprank warmte in ’t leven
en hij neuriet bij ’t knappende vuur:
| Partituur * Twee ogen zo blauw * | |
instrumentaal
|
|
versie Willy Derby (1935)
|
|
Vlaamse versie Geodel (1936)
|
Bronnen: Zangwijze: Vieni sul mar ! (19e eeuw)