Hela Siessen

Zoals vaak op liedbladen uit die periode wordt de strofe alias het “couplet” een “compleet” genoemd…
Achille Coppenolle bezingt de fratsen van een zekere (Fran)sies Verschelden, ons onbekend. De familienaam kwam wel voor in Roeselare, misschien had Coppenolle een “beruchte” kennis in gedachten.
De beschreven kapoenenstreken vallen nogal mee en lijken eerder een voorwendsel om met de bekende melodie van “Viva Bomma (patatten met socissen)” te kunnen uitpakken. Dat zou volgens sommigen een “Antwerps volkslied” zijn dat “later in Vlaanderen en Brussel bekend werd.” Zou kunnen, het is vooral zeer oud.
We hechten meer geloof aan Richard Vankenhove die in “Het Volksleven in het Straatlied” (1932) verklaart dat hij het optekende “uit den Gentsen Volksmond” en hij verwijst naar het bezoek van prins Leopold aan Boma, de toenmalige hoofdstad van CongoVrijstaat. Dat zou dan nog voor 1865 moeten geweest zijn want toen werd de prins tot koning Leopold II gekroond en in die hoedanigheid is hij nooit zelf in Congo geweest. De “patatten met socissen” (en de cervelas) van het mild spottende straatliedrefrein moeten waarschijnlijk verband houden met het invoeren door kolonisten van niet-Afrikaanse teelten en gewoonten in Congo die voor Europa belangrijk waren. Zeker na de grote hongersnood die er hier geweest was rond 1845 door het mislukken van opeenvolgende aardappeloogsten.
Straatliederen hebben meestal enkel een refrein en de melodie kwam bijna altijd uit een toendertijd populaire opera of operette. Onze kennis van die werken is zo goed als onbestaande, dus die link kunnen we vooralsnog niet leggen. En we weten evenmin waar de melodie van de strofen vandaan komt
Marktzanger Leon Vanderplancke gebruikte “Viva Bomma” als zangwijze in het lied “De belasting op de jonkmans” en het begin van het refrein lijkt wel heel sterk op dat van Coppenolle…
Hela Siessen
1090 [A] Achille Coppenolle. [C] onbekend
Wie heeft er soms horen spreken
van Sies Verschelden, die kapoen?
Hij steekt uit altijd aardige streken
en is gewend van kwaad te doen.
Want over tijd, niet lang geleden,
stak hij een waterput in brand
en al de mensen, gans verlegen,
die riepen: ’t is een echte schand.
Hela Siessen, past op voor de politie.
Hela Siessen, de gardeville is daar.
Houd u koest en blijf op uw gemak (tralala)
of gij vliegt nog seffens in den bak. (tralala)
Hela Siessen, houd u een beetje stille.
Hela Siessen gebruik maar uw verstand
want gij ziet, dat potje op de kant (tralala)
is een beetje aangebrand.
Laatst in de kino gezeten
nevens een meisje tweemaal tien
maar zij moest van de liefde niet weten,
aan haar manieren kost het zien.
Maar Siessen kon hem niet bedwingen,
hij gaf haar ene ferme zoen.
Gelijk een stier was hij aan ’t springen
en al het volk riep: « Gij kapoen ».
Siessen houd veel van de wijven,
hij heeft somtijds een lief of tien.
Overlest waren z’allen aan ’t kijven
en Siesken had het juist gezien.
Marie met Siska en Hortense
lagen aan’t vechten op de grond
en al het volk riep zonder zwansen:
« Wie smijt er daar met paardestront? »
| Partituur * Hela Siessen * | |
1. instrumentaal |
Bronnen: zangwijze: "Vivan Bomma", zoals opgetekend in "Het Volksleven in het Straatlied" (1932) liedblad uit verzameling Roos Vercruyse (MUZ0894)
