Citaten
knipsels uit boeken en tijdschriften
- Marktzangers en straatliederen waren beschamend volgens de propagandisten van de “Vlaamse Cultuur” (6 april 2025) - Tot minstens 1970 probeerden verenigingen van Vlaamse Intellectuelen het aanzien van Vlaanderen op te krikken en het idee dat Vlaamse cultuur mijlenver achterop liep op bijvoorbeeld de Franse te ontkrachten. In die visie paste het oeuvre van de marktzangers niet en "spontane" straatliederen evenmin. Die moesten doodgezwegen worden en als het even kon helemaal uitgeroeid. Pure censuur dus deze pogingen om de werkelijke populaire volksmuziek te laten verdwijnen. Dat lukte niet echt op die manier, al verdwenen de markt- en straatzangers uiteindelijk wel nadat radio, TV en vooral fonoplaten de rol van verspreiders van populaire liederen hadden overgenomen. In een… lees verder …
- Andreas De Weerdt in zijn tijd (12 februari 2023) - Dirk Wilmars in "Arm Vlaanderen zingt" of: "Het geluk der onbewusten" (1975, pag. 5) INLEIDING: DE WEERDT IN ZIJN TIJD. Hoe vreemd is de wereld waarin wij leven. Naarmate wij ouder worden neemt de tijdgeest af, om geheel te verdwijnen bij het afsterven der laatste tijdgenoten. Wij, de ouderen, zijn de eilandjes van een voorbije tijd die nog niet door de actualiteit van het eigentijdse werden overspoeld. Eens zal onze tijd de nieuwe generaties volkomen vreemd en onbegrijpelijk voorkomen. Zeker, wij kunnen boeken, kranten, tijdschriften en modebladen raadplegen en zo het verleden stuk voor stuk weer samenstellen. Wij kunnen proberen… lees verder …
- Roger Hessel in “Roversbenden in Oost- en West-Vlaanderen” – pag. 72 (5 november 2020) - Wanneer onze marktzangers een moordlied brachten, in de streek waar het bezongen drama was gebeurd, dan wisten zij dat hun optreden zeer lonend zou zijn. Iedereen was geïnteresseerd in de handel en wandel van het gezin waarin de moord was gepleegd. Wanneer vroeger de terechtstellingen publiekelijk werden uitgevoerd, dan bracht dat een grote volkstoeloop teweeg. De mensen wilden bloed zien vloeien. Mensen zijn geïnteresseerd in andermans zaken en hoe spectaculairder hoe gretiger. Dat is ook vandaag nog het geval. Wanneer de handel en wandel van een bekende Vlaming uit de doeken wordt gedaan in een of ander televisieprogramma, dan schieten… lees verder …
- Levende Helden: marktlied verzamelaar Roger Hessel (16 december 2016) - Interviews met Roger Hessel en Erik Wille, geïllustreerd met oude opnamen. Realisatie: erfgoedcel Brugge. lees verder …
- Moordlied in Drenthe – In het spoor van herinneringen (4 september 2015) - (Marjan Beijering, Utrecht, 1999, ISBN 9071840409, 68 pagina's, uit het voorwoord) "Wie wat verder nadenkt over een verschijnsel als moordliederen, moet wel tot de conclusie komen dat het helemaal niet zo'n ouwe koek is als het lijkt. De liederen hebben niet meer de functie van vroeger, maar zij bestaan nog wel degelijk. In de populaire muziek als folk, blues en rap komen wij tal van songs tegen waarin moorden bezongen worden. Een goed voorbeeld daarvan is de Engelse artiest Nick Cave, die een hele cd opnam vol met murder ballads. Ook de moorden die bezongen worden, doen soms verrassend modern aan. De moord in Vlieghuis bij Coevorden uit 1923 die… lees verder …
- Betekenis van het lied tijdens de Brabantse Omwenteling van 1789 (4 september 2015) - (door Dr. J. Grietens en Dr. E. De Goeyse, Leuven, 1940, 436 pagina's) "De bekende Belgische bibliophiel Van Hulthem, wiens verzameling thans1 ondergebracht is in de Koninklijke Bibliotheek te Brussel, heeft in een collectie van 95 boekdeelen, meer dan 2200 schriften betreffende de Brabantsche Omwenteling bijeengebracht. Bemerk de "Brabantse" vlag die later model stond voor de Belgische driekleur. In 1831 besliste men om de horizontale strepen te vervangen door verticale, volgens de grondwet met het rood aan de stok en het zwart aan de buitenkant!In het Rijksarchief te Brussel bevindt zich een verzameling afschriften van stukken in verband met den opstand tegen Jozef Il,… lees verder …
- Antwerpse café-chantants (4 september 2015) - (Jack Verstappen in "Volksleven rond de Antwerpse café-chantants", 1983, ISBN 9065830367, 158 pagina's) Méér dan andere steden kan Antwerpen prat gaan op een traditie van het volkse café-chantant. Sporen worden reeds aangetroffen in de zestiger jaren van de 19e eeuw. Dan verzamelde Moeder Boone in haar herberg «In den Brak», gelegen aan de Zirkstraat, eenvoudige jongens, die hun liedjes zongen voor een publiek dat uitsluitend uit de buurt stamde. Op zon- en maandagavond kwam de hele familie met inbegrip van de kinderen er gezellig bij elkaar. Het was er een gelach. een geroep en gekakel van alle duivels. Want de vrouwen waren tuk op sensationele nieuwsjes, op… lees verder …
- Pseudoniemen, aliassen en artiestennamen (6 april 2015) - Vele auteurs en artiesten verkozen door de tijden heen om hun liederen niet met hun echte naam te ondertekenen of te zingen. Waarom eigenlijk? Voor artiesten was dat meestal - en nu nog - omdat zo'n verzonnen naam vaak beter bekte of makkelijker te onthouden was dan de echte. Zou u volgende namen correct kunnen uitspreken én onthouden: Demetria Gene Guynes, Daniel Edward Agraluscasacra, Alphonso D'Abruzzo? Ze kozen voor de artiestennamen Demi Moore, Dan Aykroyd en Alan Alda. Het gaf ook een "pied-de-stal-status" waardoor ze het gevoel hadden geloofwaardiger te zijn als artiest. Voor auteurs was en is zo'n "nom de plume"… lees verder …
- “Antwerpse zangers in het café-chantant”, Jack Verstappen en Bert Peeters, 1962 (1 januari 2013) - Niet overal kreeg de "betaalde artist" zijn drank voor niets! In dit verband herinnerde John Riessauw zich nog: "In de loop van 1917 moest ik een middagvoorstelling doen in een zaal te Hoboken. Ik ging het toneel op, maar men had vergeten een lichtje te ontsteken bij een val, die open lag. Ik duikelde recht de kelder in! Toen de baas het doek optrok, hoorde hij me kermen. Hij bracht mij een borrel cognac om terug op dreef te komen. Na de voorstelling werd mij de rekening aangeboden! Zoiets vergeet men niet!" Soms werden de zangers raar onthaald. Irma Possemiers:… lees verder …
- “Café-Chantants in Antwerpen”, Jack Verstappen en Bert Peeters, 1962 (1 januari 2013) - Een der eerste café-chantants bevond zich op de Visberg, verdwenen met het rechttrekken der Scheldekaaien in 1881. Deze herberg, "In de Volksvriend", werd uitgebaat door een bekend komiek, Polleke Ceulemans. Later werd de zaak overgenomen en voortgezet, omstreeks 1870, door Karel Goedemé, beter gekend als de "Scheeve". Een tweede lokaal bevond zich in dezelfde straat, "De Steur". De faam van de "Volksvriend" werd echter nooit overtroffen. Niet alleen kon Goedemé beroep doen op de beste zangers, ook zijn speciale dinsdagavond-vertoningen waren van die aard dat zijn roem over de ganse stad ging. Want de Scheeve bracht parodieën op de meest… lees verder …
- Inleiding van “Volkszangers in Antwerpse Café-Chantants”, Jack Verstappen en Bert Peeters, 1962 (1 januari 2013) - Het zingen zit de mens in het bloed. Geen enkele gebeurtenis gaat voorbij of er komt een liedje bij te pas. Als kind reeds groeit die drang in een zuivere vorm. Hoe bekoorlijk klinken de vele kinderliedjes, die door opgave en êenvoudige melodie bij ieder spel schijnen aangepast? Misschien vindt de volwassene bij het beluisteren ervan een aanloop om zijn lust naar zingen uit de diepen? In de huiskamer, op het werk, bij feest of bierpartij galmt de vrolijke too.n en of de stem al dan niet welluidend klinkt, geen nood, iedere vogel zingt immers zoals hij gebekt is !… lees verder …
- “Liedjes” – Jack Verstappen in “150 jaar volksleven in België – 1830-1980” (1 januari 2013) - De hele 19° eeuw en ook nog wel een flink stuk in de 20° verschenen de liedjeszangers op de markt. Een oud geslacht. Zij konden beschouwd worden als de eerste nieuwsaanbrengers in dorp en stad, op een ogenblik dat de krant nog niet de vlucht kende van nu, toen zovelen lezen noch schrijven konden. Doorgaans van kleine komaf, kon hij ook wel een gehandicapte zijn, misvormd en zelfs blind. In plaats van te bedelen - waartoe misdeelden wel verplicht waren - was hij besloten de mensen een ietsje verpozing te bieden. Aldus won hij sympathie en steun. Gewoonte getrouw dichtte hij zelf wat… lees verder …
- De liedjes klinken voort – hoe het lied is verdrongen door de zanger (13 maart 2012) - "Vergelijk het straatlied met een oude caravan. Ooit gebouwd maar daarna in vreemde handen gekomen, vertimmerd en opnieuw ingericht. Het amusementslied? Een snelle auto die langzaam in een oldtimer verandert. Een lied, zeker als het een oude hit is, wordt zorgvuldig gerestaureerd en heruitgebracht in de originele versie. Het lied heeft zich in de twintigste eeuw vastgeklonken aan de zanger terwijl het straatlied verdween. Hoe is dat in zijn werk gegaan?" Zo begint een interessante bijdrage van Jacques Klöters - tevens auteur van een aantal omvangrijke bloemlezingen van nederlandstalige liedjes - zijn bijdrage aan het tijdschrift "Literatuur", jaargang 21 (2004).… lees verder …
- Tamboer op T.V. in 1964 en 1974 (20 februari 2012) - Kort na de dood van Lionel "Tamboer" Bauwens in mei 1974 verscheen in het tijdschrift "Ons Meetjesland" een artikel over deze illustere marktzanger . Daarin wordt niet alleen zijn biografie samengevat, maar staat tevens een interview met Tamboer, zijn zoon Willem en zijn kompaan Frans Jacobs uitgeschreven, dat in 1964 zou zijn uitgezonden op de Vlaamse Televisie. Ik herinner me vaag dat ik de figuur Tamboer ooit op TV aan het werk zag, maar dat kan ook een herhaling (?) van deze reportage geweest, uitgezonden ter gelegenheid van zijn overlijden. Als iemand dit stukje film bezit, graag een seintje! lees verder …
- Gruwelijk geblèr of indringende voordracht? De performance van het straatlied. (19 februari 2012) - zo luidt de titel van een artikel geschreven door Louis Peter Grijp in Literatuur. Jaargang 21. Amsterdam University Press, Amsterdam 2004 Straatliederen zijn vooral als tekst bewaard gebleven. Dit wekt nieuwsgierigheid naar hun werkelijke uitvoering, want daar ging het tenslotte om. Hoe klonken de liedjes, hoe zag de voorstelling er uit, en wat was de ervaring van het publiek? Interessant artikel, in zijn geheel te lezen op deze website. lees verder …
- Roger Hessel in zijn prachtig boek “De filosofen van de straat, vierhonderd vijftig jaar marktzangers in Vlaanderen” (29 april 2009) - "Er is waarschijnlijk geen land in Europa waar de straatzangers meer en langer actief waren dan in Vlaanderen. Op markten en kermissen, bedevaarten en andere gelegenheden waar het volk samenstroomde, waren ze eeuwenlang niet weg te denken. Ze zijn echter nog geen halve eeuw verdwenen en weinigen kennen nog het doen en laten van de animators. Hoe kon het zover komen dat een eeuwenoude traditie zo vlug een vergeten traditie is geworden? Een belangrijke, zoniet de belangrijkste reden daarvoor is ongetwijfeld de herkomst van de liedzangers. Op enkele uitzonderingen na kwamen ze allemaal uit de laagste sociale klasse. Tot zelfs… lees verder …
- uit «Liederen en dansen uit de Kempen» door Harrie Franken (29 april 2007) - Men zong vaak samen tijdens het werk op het land, op feesten, bij het spinnen, tijdens de bedevaartstochten, en zo maar op de buurtavonden. Op deze buurtavonden was het zingen zelfs een van de belangrijkste bezigheden. Gezeten rond het vuur ontspande men zich door het luisteren naar de balladen, soms wegdromend in de wereld van ridders, jonkvrouwen en koningskinderen, die hen het armoedige boerenleven even deden vergeten. Deze bijeenkomsten smeedden een hechte band. Hoe belangrijk deze wekelijkse buurtavonden voor de mensen zelf waren, blijkt wel hieruit, dat sommigen er meer dan een uur lopen voor over hadden. Ik hoorde… lees verder …
- uit de roman «Jan De Lichte en zijne Bende» door E. Ternest (29 april 2007) - De meeste drukte heerschte echter naar den kant der kerk toe, waar Janneken de Zanger, de gevierde liedjesdichter van dien tijd, zijne sterk-gekleurde breede schilderij had opengeslagen en uit volle borst het liedje zong «van de laatste moord», terwijl hij tusschen elk couplet de omstandigheden, die deze misdaad vergezelden, uitbazuinde, en met eene lange witte roede op zijne schilderij de afbeelding der bezongen schriktooneelen aantoonde. Zijne vrouw, een lang mager wijf, met een koperkleurig gelaat, eenen dikken snuifneus en eene stem, die dwars door de ooren sneed, zong mede en sloeg gedurig op eene doffe trom, van belletjes voorzien, terwijl… lees verder …
- Julien De Vuyst in “Het moordlied in de Zuidelijke Nederlanden (XXe eeuw) ” – Het wordt de marktzangers wel eens verweten (29 april 2007) - "Het wordt de marktzangers wel eens verweten dat hun "vliegende bladen" vooral overgevoelige of aangedikte teksten bevatten. Het volk wil dat evenwel, het moet echt sentiment krijgen en liefst zo treurig dat er tranen bij te pas komen. En waarom zou de marktzanger aan dat verlangen niet toegeven: hij had een dikwijls groot gezin te onderhouden en hij moest leven van zijn stem... en de blaadjes die hij verkocht. Wellicht om dezelfde reden gebruikte hij soms zangwijzen die niet altijd heel gelukkig gekozen waren, zoals "au plaisir des bois" waarvan de amusante melodie weinig geschikt lijkt voor een moordzaak. Maar… lees verder …
- Walther Van Riet in “Zo d’ouden zongen” – De zangers dienden zich niet te schamen over hun pikante humor. (29 april 2006) - " De zangers dienden zich niet te schamen over hun pikante humor. Reeds in de zestiende eeuw zong men bij ons ten lande vele ogenschijnlijk onschuldige liedjes met dubbele bodem. Liedjes over 'een venusdierken' of 'een vrouwken amoureus' lieten overigens geen ruimte voor misverstanden (Antwerps Liedboek 1544). De thema's van verschillende pikante liederen zijn veel ouder dan men zou vermoeden. 'Nicodemus' is een wat vernieuwde versie van een oude historie dewelke verhaalt van een man die, na het overlijden van zijn vrouw, zich met zijn zoon terugtrekt in het bos. Als het kind 18 jaar oud geworden is, neemt… lees verder …
- D. Wouters en Dr. J.Moormann in “Het straatlied, een bundel schoone historie-, liefde- en oubollige liederen” – De volkszanger, de straatzanger, is geboren en getogen uit de z.g.n. lagere volksklasse (29 april 2006) - "De volkszanger, de straatzanger, is geboren en getogen uit de z.g.n. lagere volksklasse, hij is de ridder van de groote weg, met even weinig beschaving en ontwikkeling toebedeeld als de schare welke hij zijn liederen liet hooren. Die liederen zijn nieuwstijdingen, of dienen tot ontspanning, tot opwekking der jolijt bij hoogtijden als kermissen en volksfeesten. Die straatzanger had het talent, de zangersvonk tot rijmen en fabuleeren, ten eigen baat en tot aller stichting en vermaak: minneliederen, kermiszangen, drinkversjes, moralisaties; over gebeurtenissen des dagelijkschen levens van rijken en armen, rampen; zelfs godsdienstige zangen en lange rijmen met groote verhalen van liefde,… lees verder …
- Willy L. Braekman in “Hier heb ik weer wat nieuws in d’hand” – Daar de marktzangers niet voor hun plezier stonden te zingen (29 april 2006) - "Daar de marktzangers niet voor hun plezier stonden te zingen, maar wel om aan de kost te komen, verkochten ze hun teksten, gedrukt op losse blaadjes, aan de omstaanders en toehoorders, die ze eerst met hun show, hun rolprent, hun muziek en hun voordracht, in de gepaste stemming hadden gebracht. Hier hebben we een uitzonderlijke situatie waar de mondelinge verspreiding om economische redenen steeds gepaard ging met de schriftelijke vastlegging. Duizenden en duizenden marktliederen zijn aldus als klein, veelal slordig drukwerk in omloop gebracht. Zeer vele zijn niet tot ons gekomen, omdat ze heel vlug hun actualiteitswaarde verloren en… lees verder …
- Dr. F.K.H. Kossman in “De Nederlandsche Straatzanger en zijn liederen in vroeger eeuwen” (29 april 2006) - "De man die liedjes zingt en verkoopt op straat of markt, is al sinds eeuwen een bekende verschijning in de Nederlandsche steden en dorpen. Het is geen geregeld beroep dat hij uitoefent en zijn optreden kan dan ook zeer verschillend zijn. Vaak vertoont hij zich nog slechts als een bedelaar, die met wat afgezaagde deunen de aandacht tracht te trekken. Vaak ook vinden wij alleen een slecht gedrukt liedje in de brievenbus, met de uitnoodiging dit voor enkele centen te koopen van een werkloos man, die om antwoord zal komen. In die beide vormen heeft het beroep zijn eigenaardigheid wel… lees verder …
- Jan de Schuyter in “Over Rolzangers en Rolzangersliederen” (29 april 2005) - "De liederen zijn niet te verwarren met die, voorkomend in verzamelingen van volksliederen door Jan Frans Willems, Prudens Van Duyse en anderen uit oude liederboeken vergaard of door hen uit den volksmond opgeteekend, nadat zij, met vertelsels en spreekwoorden, van geslacht tot geslacht bewaard waren gebleven. Inderdaad, zulke liederen werden door rijkbegaafde letterkundigen in een bepaalden vorm vastgelegd, nadat zij in stad en dorp geput waren, in kringen die smaak hadden en welstand kenden. De rolzangersliederen daarentegen zijn eerlijk geuite folklore, ontstaan in onze gewesten, in tijden van staatkundige onstandvastigheid. Zij waren het lijfstuk van de min beschaafden uit een… lees verder …
- uit “Sara, je rok zakt af”, samengesteld door Cobi Schreijer – Ik wilde vooral weten hoe de vrouwen er vroeger in liedjes afkwamen. (29 april 2005) - Ik wilde vooral weten hoe de vrouwen er vroeger in liedjes afkwamen. Evelyne Sullerot schreef boeken over vrouwenarbeid in de Middeleeuwen - een bijna onmogelijke opgave omdat over vrouwen praktisch niets genoteerd was. Ik wilde zien of dat in liedjes ook zo was en niet alleen in liedjes van zo lang geleden, maar ook later, in de oude, ellenlange balladen. En ik vond liederen waaruit je kan opmaken hoe vrouwen vroeger in de maatschappij functioneerden. Hoe ze allerlei gegeven situaties zonder morren accepteerden. Vrouwen, mannen en kinderen hebben altijd gezongen, geneuried, net zoals ze schreeuwden, huilden, ruziemaakten, praatten. Heel lang… lees verder …
- Ernest Claes in “De Witte van Zichem” – Hier zede (hij wees met ’n stok op het eerste plaatje) da keizerskind veur ze moeder staan. (29 april 2005) - Daar werden veel liedjes gekocht, en enkele boeren zongen bij de laatste koepletten reeds stil mee. Na ieder refrein was er een korte poos waarvan de man met den roode zakdoek gebruik maakte om met zijn geer kletsend tegen het plakkaat te slaan en iets te roepen tot de menschen verder af, om die naderbij te lokken. De muzikant liet ondertusschen eenige zachtere fugen en trillers uit zjijn instrument piepen, waar de kinderen vooral bewonderend naar luisterden. Het wijf verkocht liedjes, stopte ze gewoonweg in de handen van al degenen die om haar stonden, zonder dat ze 't gevraagd hadden,… lees verder …
- Jacques Klöters in “Zo de ouden zongen” – Een levenslied is een lied waarin bezongen wordt hoe iemand doodgaat (29 april 2005) - " Een levenslied beschrijft vaak de levensloop van iemand die geteisterd wordt door ongeluk. Het valt op dat dit soort liederen meestal geschreven is in de derde persoon: 'Er was eens een haveloos ventje'. Er is een waarnemer die het verhaal vertelt, zodat de luisteraar de keuze heeft om te lachen of om te huilen. De echte smartlap kan leiden tot beide, maar is oorspronkelijk gericht op de ontroering. De liefhebber wil meelijden door het aanhoren en navoelen van het leed van een ander. Maatschappelijke achterstand, ziektes, onrecht, de dood van een onschuldige, ze vormen de vertrouwde thema's van het… lees verder …
- Jos Ghysens in “Het Aalsters Volksleven 1 – het Markt- en Straatlied” – Het concert van het leven opgevoerd in alle seizoenen! (29 april 2005) - "Het begrip Marktlied omschreef zichzelf: liedjes die door rondreizende straatzangers op markten, foren of kermissen, op de hoeken van straten of pleinen aan boeren en stedelingen werden aangeleerd, en naar de mode van de dag, de liefde en de wrede moord van hier of daar het hoofdthema uitmaakte. Daarentegen leek het ons verkeerd de definitie van Straatlied door een te enge begripsomschrijving te beperken: voor de meesten betekent het immers het lied dat op straat gehoord werd, wat meteen ook een verwijzing naar vulgair of onbetamelijk inhoudt. 'De mensen uit de achterbuurten,' schreef A. Van Hageland (Hendrik Conscience en het… lees verder …
- “Over marktzangers uit Poperinge – 16e-20e eeuw” – Marktzanger zijn was een beroep. (29 april 2005) - "Marktzanger zijn was een beroep. Deze artiesten trokken van markt naar markt om er te zingen en te acteren. Om de kost te verdienen, verkochten ze de gedrukte teksten die ze zongen. Zo kwam tot ons een genre van liederen, de zgn. marktliederen, waarvan zonder deze gedrukte blaadjes, vrijwel geen sporen meer zouden bestaan. Er moeten vele duizenden van deze marktliederen aan het papier toevertrouwd zijn geweest en het deel dat thans nog bewaard is, is wellicht miniem. Het was over het algemeen slordig drukwerk dat niet de bedoeling had de eeuwen te trotseren zoals dat met boeken wel het… lees verder …
- Freek Neirynck in “het leven van vader Tamboer, marktzanger” – Na de opwarmingsklanken en de eerste liedjesverkoop begon Tamboer zijn parlando over de inhoud van het lied. (29 april 2005) - "Niet zo erg lang heeft Lionel Bauwens alleen op de markten gestaan. Zoals hij vroeger de kompaan van zijn vader Fons geweest was, trok vrouw Clementine al vrij vroeg met hem mee als secondant. Zij deelde de liedjesteksten uit terwijl Lionel op zijn akkordeon de mensen warm speelde en rustig liet samentroepen. Als begeleiding voor zijn trekzak speelde hij met zijn voeten ook nog "grosse caisse" (grote trom). Zo is hij in feite aan zijn naam gekomen. Het marktoptreden van Tamboer en zijn vrouw verliep steeds volgens een bijna ceremonieel geworden schema. Na de opwarmingsklanken en de eerste liedjesverkoop begon… lees verder …
- D.Wouters en Dr. J.Moormann in “Het straatlied” – Wat de technische verzorging betreft, zijn de straatverzen geen stalen van schoone drukkunst. (29 april 2005) - "Wat de technische verzorging betreft, zijn de straatverzen geen stalen van schoone drukkunst. De gezette regels zijn zelden zuiver recht en de spelling der woorden is aan geen enkele regel gebonden. Komt men ergens een bepaalde letter tekort, dat deert niet, een willekeurige letter vult de open plaats wel aan. Hoofdletters worden er maar wat over gestrooid. Er zijn straatverzen, die geheel op een zekere moderne drukkunst van heden gelijken, waar alle hoofdletters ontbreken. Misstellingen en z.g.n. drukfouten komen in bijna elk couplet voor. De punctuatie is heelemaal maar luk-raak. (D.Wouters en Dr. J.Moormann in "Het straatlied, een bundel schoone… lees verder …
- Rolf Janssen in “We hebben gezongen en niks gehad” – De hoeveelheid liederen en informatie wisselde nogal per zegsvrouw of -man (29 april 2005) - "De hoeveelheid liederen en informatie wisselde nogal per zegsvrouw of -man. Soms was je een hele dag bezig voor twee of drie liederen, dan weer ontmoette je iemand, die nog zo'n 150 liederen uit het hoofd voorzong! Deze liederen waren in haar of zijn jeugd tientallen keren gezongen. Radio, t.v., platenspelers, video bestonden nog totaal niet of waren juist in ontwikkeling en alleen weggelegd voor enkelen die het konden betalen. Geluid was er bijna niet, dus wat er aan geluid was, werd ook echt gehoord. Soms, in het geval van liederen, gebruikte men als geheugensteuntje een liedschrift waarin de… lees verder …
- Amand De Lattin in “Het Marktlied, wat de liedjeszangers zongen” – Voor een paar eeuwen waren onze liedjeszangers uitsluitend stichtelijke lui (29 april 2005) - "Voor een paar eeuwen waren onze liedjeszangers uitsluitend stichtelijke lui. Zij zongen braaf alleen godsdienstige liedekens en, samen met die liedekens, verkochten zij gewijde snuisterijen. Maar spoedig gingen zij hun vleugels uitslaan. De wereld was groot en in die groote wereld gebeurde toch zoo veel. Weldra waren er in feite geen grenzen meer aan hun arbeidsveld. Zij althans zagen er geen meer en zoo is ten slotte de produktie onzer liedjeszangers een uitstalling gaan worden van de meest verbluffende ontboezemingen en thema's. Of die produktie zelf waarde heeft? Of zij de moeite van het behandelen waard is? Ik meen… lees verder …
- Willy Lustenhouwer in “De geschiedenis van het café-chantant” – Tijdens mijn speurtochten naar typische Brugse spreuken en gezegden (29 april 2005) - "Tijdens mijn speurtochten naar typische Brugse spreuken en gezegden, kwam ik in het bezit van zogezegde liederschriften ofte "cahiers", waarin heel wat oude liedjes genoteerd waren, en aangezien het ene deel dicht bij het andere aanleunde op gebied van folklore, groeide mijn interesse voor het volkslied aldus, dat spreuken en gezegden uiteindelijk zelfs naar het tweede plan verzeilden. Met deze - vaak zelfs in phonetische termen - geschreven teksten was ik evenwel niks gebaat, wanneer ik de melodie van het liedje in kwestie niet kon te pakken krijgen. Aldus begon een nieuwe speurtocht op zoek naar mensen welke mij de… lees verder …
- Jef Klausing in “Vreugde en verdriet in het visserslied” (29 april 2005) - "Ik heb leren zingen thuis in de goede tijd toen er nog geen radio bestond en de Teevee nog niet uitgevonden was. De voois ofte melodie werd omzeggens van 'mond tot mond' overgeleverd: thuis, op het werk, op familie- of andere feesten, in café-chantants en op de markten. Dat is dan meteen ook de reden waarom die liedjes veel langer meegingen dan die van nu en men er meer plezier aan had. De tekst moest van buiten geleerd worden, wie dit niet kon, had altijd gelegenheid een beroep te doen op de tekstbladen die verkocht werden of kon de tekst… lees verder …
- Alfons De Belie in “Zo werd gezongen” – De Vliegende Bladen werden gewoonlijk gedrukt ter gelegenheid van een speciale gebeurtenis (29 april 2005) - "De Vliegende Bladen werden gewoonlijk gedrukt ter gelegenheid van een speciale gebeurtenis, zoals een moord of een groot ongeluk. Dat vulde echter niet het hele blad. Als aanvulling werden dan oude volksliederen of radioschlagers opgenomen. (...) Door het verschijnen van deze Vliegende Bladen kreeg zo'n oud volkslied terug een grotere verspreiding. Het gebeurde ook dat een oud lied aangepast werd aan de tijdsomstandigheden. Zo werd in 1945 het lied: "Bij de deur van 't oude klooster", dat zeker uit de 19e eeuw stamt, van een nieuwe titel voorzien. Het heette nu: "De gewonde Canadees". Toen ik aan de zanger… lees verder …
- J. De Vuyst en H. Boone in “Brabantse Folklore” – De liederen bezongen doorgaans gebeurtenissen uit het dagelijks leven (29 april 2005) - "Tot enkele jaren na de tweede wereldoorlog hebben we de liedjeszangers kunnen beluisteren op de kerkpleinen en marktplaatsen. De inhoud van hun repertorium was gewoonlijk samengesteld uit liederen over de oorlog, moorden, diefstallen, de liefde, wantoestanden op alle gebieden evenals over allerhande speciale voorvallen en gebeurtenissen. Overal verschenen onze liedjeszangers waar er veel luisterpubliek te vinden was, hetzij op jaarmarkten, bedevaarten of kermissen. Alhoewel we met stelligheid kunnen beweren dat het drukken van liederen op vliegende blaadjes reeds in de 16e eeuw geschiedde en misschien reeds vroeger met de opkomst van de boekdrukkunst, toch is het hoogtepunt vooral te situeren… lees verder …
- Jef Klausing in ’t Beertje: Volkskundige almanak voor West-Vlaanderen (29 april 2005) - "Wanneer we de marktliederen uit het begin der XIXe eeuw nader bekijken, stellen we vast dat er heel wat waren die handelden over moorden, die begaan werden door landlieden op vrouwen die niet langer meer konden - of wilden - zuchten en verlangen als hun lief er niet was, al was het maar om voor drie jaar dienst te doen in het leger. In de meeste gevallen deserteerde de minnaar om te gaan kijken wat zijn lief zo allemaal uitstak terwijl hij zijn vaderland moest dienen. Vond hij haar met een ander - wat in die tijd ook al geen… lees verder …
- U weet het: Vlaanderen werd door de eeuwen heen flink geteisterd door steeds weer nieuwe vreemde overheersers. (29 april 2005) - Geen enkele potentaat is er echter ooit in geslaagd het vrije denken aan banden te leggen. Marktzangers - in feite beroepsentertainers die leefden van de verkoop van liedblaadjes - moesten echter steeds op hun tellen letten. Zij zongen in het openbaar, brachten soms een grote volkstoeloop teweeg en kregen de massa ook makkelijk op hun hand. "Gevaarlijk" vonden Kerk en Staat ook toen al, dus moesten de liedverkopers een vergunning kunnen voorleggen als hen dat gevraagd werd. Liederen werden gecontroleerd én gecensureeerd, want kermissen en markten hadden nu eenmaal hun plaatsje onder de kerktoren en dus moesten de gezangen de… lees verder …
- Het “interbellum” (tussen 1917 en 1940) was een drukke, zotte en bloeiende tijd. (29 april 2005) - Markten en kermissen bloeiden als nooit tevoren, en marktzangers zorgden voor het nodige peper en zout. Zij bezongen de "wrede" actualiteit: moorden, rampen, schandalen ... maar wisten er ook een "plezante" noot aan toe te voegen. De liedblaadjes werden op dun, dikwijls gekleurd papier gedrukt en voor een flinke stuiver verkocht aan de nieuwsgierige reikhalzende toehoorder. Die werd aangemaand om flink mee te zingen: niet alleen bevorderde dat het plezier, het extra-volume moest ook andere voorbijgangers lokken. En die kregen op hun beurt ook weer een liedblad te koop aangeboden. Liedbladen waren immers de voornaamste bron van inkomsten van deze… lees verder …
- Rond 1950 hielden de marktzangers het in Vlaanderen voor bekeken. (29 april 2005) - Meer dan vijfhonderd jaar lang waren ze een graag geziene attraktie op markten en kermissen, waar ze de toehoorders wisten te boeien met wrede, triestige en spectaculaire nieuwsfeiten-op-muziek of met plezante niemandalletjes ("kluchtliederen" zoals ze die zelf noemden). Zij verkochten liedblaadjes, meestal op goedkoop en fragiel papier, waarop de teksten min of meer leesbaar stonden weergegeven. Zo kon het nieuwsgierige publiek dapper meezingen en wist de zanger of zangeres zich een inkomen te verwerven. In het begin van de 20e eeuw werden zulke blaadjes ook op familiefeesten of 's avonds bij de buren en bij de petroleumlamp bovengehaald en dikwijls… lees verder …
- Julien De Vuyst in “Marktzangersliederen uit Erpe-Mere” – Uit de overlevering is gebleken dat een massa liederen tot het cultureel erfgoed van ons volk hebben behoord (29 april 2004) - "Uit de overlevering is gebleken dat een massa liederen tot het cultureel erfgoed van ons volk hebben behoord. Tal daarvan zijn verdwenen, maar niettemin is het treffend hoeveel materiaal toch nog aan de vernietiging ontsnapt is. Na jarenlang verzamelen worden we nog steeds verrast door mensen die ons een privéverzameling ter beschikking stellen en in het beste geval een eigen repertorium ten gehore brengen. Telkens als dit gebeurt staan we verwonderd over de verscheidenheid van het materiaal en de ons vaak onbekende nieuwigheden die de gewezen buurtzangers voor ons opdelven. Ons veldwerk begon in maart 1963, d.w.z. ruim twintig jaar… lees verder …
- Dr. K.C. Peeters in “Eigen aard, grepen uit de Vlaamse Folklore” – Kan men zich een jaarmarkt in Vlaanderen indenken zonder liedjeszanger ? (29 april 2004) - "Op de twistvraag of de markt- en straatliederen als volksliederen dienen beschouwd te worden, zullen we hier niet ingaan. We stellen alleen vast dat de liedjeszanger, die eertijds van dorp tot dorp trok en die we thans nog ontmoeten op het marktplein, evenals zijn lied, waarin de rampen, de moorden en andere gewelddaden worden bezongen, een onafscheidbaar deel uitmaakt van het volksleven. Kan men zich een jaarmarkt in Vlaanderen indenken zonder liedjeszanger en zou er wel één belangrijke gebeurtenis zijn, die niet haar plaats krijgt in het repertorium dezer troubadours? De straat- en marktzanger is - in zekere zin… lees verder …
- Stefaan Top in “Op harpen en snaren” – Hoe men de figuur van de marktzanger ook bekijkt, feit is dat er van hem een niet te onderschatten invloed is uitgegaan (29 april 2004) - "Hoe men de figuur van de marktzanger ook bekijkt, feit is dat er van hem een niet te onderschatten invloed is uitgegaan. Dit blijkt uit bewaarde met de hand geschreven liederenschriften, waarin heel wat teksten van marktzangers zijn opgenomen, alsook uit het repertoire van mensen die nog liederen uit de oude doos kunnen zingen. Zo iemand was Meen Van Eycken uit Steenokkerzeel, die voor ons in twee jaar tijd meer dan 570 verschillende liederen uit het hoofd heeft gezongen. Daarvan zijn er een hele reeks afkomstig van Brabantse markt- en straatzangers, die in Vilvoorde en Steenokkerzeel hun blijde en droeve… lees verder …
- Jan Bols in “Honderd Oude Vlaamsche Liederen” – Ik ook vermoedde in ’t eerste volstrekt niet dat er nog zooveel liederen onder het volk als verscholen waren (29 april 2004) - "Ik ook vermoedde in 't eerste volstrekt niet dat er nog zooveel liederen onder het volk als verscholen waren. De zangers beweerden in 't begin allen, er geene meer te kennen. Doch, krijg ze eens in gang! Moedig hen aan, prijs die oude zangen, laat hun zien dat gij er reeds opschreeft en ja liet drukken! Frisch hun geheugen op! Vraag aan die oude vrouw wat ze zingt bij 't boteren, wat ze zong bij de wieg van hare kinderen; help er haar op, zing iets voor, en gelukt gij er in om haar een eerste lied te doen… lees verder …
- Jaap Van De Merwe in “Gij zijt kanalje! heeft men ons verweten.” – Te eten had het werkmansgezin mondjesmaat aardappelen met azijn en mosterd (29 april 2004) - "Te eten had het werkmansgezin mondjesmaat aardappelen met azijn en mosterd, vet kwam er niet aan te pas, brood was al een beetje weelde, kaas een zeldzaamheid, vlees verscheen niet op tafel. Gedronken werd koffie (of vocht dat alleen maar zo heette). 't Drinkwater was dikwijls slecht: In Leiden leverden omstreeks 1870 van de 1057 putten er maar 187 'goed' water. Bier was te duur, wel was er jenever, die sommige bazen zelf aan hun personeel, ook aan vrouwen en kinderen, verstrekten. Brugmans noemt drankmisbruik 'het grootste morele defekt' van de negentiendeeuwse arbeider. 'Soms werd reeds bij de kinderen de… lees verder …
- Wim Bosmans in “Traditionele muziek uit Vlaanderen” – Zelf wilden ze zeker niet verward worden met bedelaars (29 april 2004) - "De overheid mocht de marktzangers dan wel beschouwen als 'onnutte ledichgangers', zelf wilden ze zeker niet verward worden met bedelaars. Ze keken ook vaak neer op straat- en kroegzangers. Tijdens de Tweede Wereldoorlog kreeg de Aarschotse zanger Hubert Geens (1917) tijdens een optreden op de markt van Hasselt geld toegestopt van een Duitser. Geens apprecieerde dat gebaar allerminst en hij riep de man ontstemd toe dat hij geen bedelaar was. In Knokke werd hem eens veel geld toegesmeten. Hij verbood zijn vrouw Joke het op te rapen. (...) Marktzangers waren standwerkers, net zoals hun collega's die kleren, eten, huisraad… lees verder …
- Jaap Van De Merwe in “Groot Geïllustreerd Keukenmeiden Zangboek” – In de vooroorlogse keukens waar geen draagbare radio de stilte hoefde te verdrijven, daar leerde je de liedjes die je behoorde te kennen (29 april 2004) - "In de vooroorlogse keukens waar geen draagbare radio de stilte hoefde te verdrijven, daar leerde je de liedjes die je behoorde te kennen, van "'s Heeren goedheid kent geen palen" tot "Als ik naar je blinde ogen kijk". (...) Dat was de tijd waarin de "hit" (toen "schlager" geheten) niet werd afgemeten naar het aantal personen, dat gek genoeg is om zich door discjockeys bij de platenboer te laten binnensmoezen; een "schlager" was te herkennen, doordat (1) de pierementen op straat hem draaiden, (2) de slagersjongens op hun fiets hem floten en (3) mensen bij het vatenwassen hem zongen.… lees verder …
- Stefaan Top in “Komt vrienden, luistert naar mijn lied” – Als de marktzanger van de partij was, ging van het marktgebeuren meteen een heel speciale charme uit. (29 april 2004) - "Als de marktzanger van de partij was, ging van het marktgebeuren meteen een heel speciale charme uit. In een mum van tijd ontstond een concentratie van nieuwsgierige plattelanders en stedelingen, die onmiddellijk bereid waren stilte in acht te nemen om met volle teugen te kunnen genieten van het 'muzikale wonder'. Een zanger die er niet in slaagde om op één of andere manier boven de massa uit stijgen, mocht ophoepelen en elders zijn kans wagen. Of het daar zou lukken, hing van andere factoren af, want elke confrontatie met het publiek was verschillend. Volgens het getuigenis van het Aarschotse… lees verder …
- De essentie van het marktzangersoptreden is niet het lied alleen. (18 september 1995) - De essentie van het marktzangersoptreden is niet het lied alleen. Hoewel dit het enige tastbare overblijfsel van zulk een optreden is, zou het fout zijn louter aandacht voor het liedblaadje te hebben. Het lied maakt immers deel uit van het groter geheel van het optreden, waarin de marktzanger met zijn mimiek en expressiviteit op een zeer eigen manier zijn publiek wist te bespelen. Het was precies de wisselwerking tussen zanger en toehoorders dat de mensen ertoe aanzette zulk een blaadje te kopen. Gebaseerd op Professor Tops artikel zou de structuur van het marktzangersoptreden er als volgt uitzien : l. Er… lees verder …
- Als eenvoudige volksjongen was de marktzanger zich niet bewust van zijn maatschappelijke rol (18 september 1995) - Als eenvoudige volksjongen was de marktzanger zich niet bewust van zijn maatschappelijke rol of van de impact die hij had op zijn publiek. Hij genoot een zeker prestige, omdat hij in staat bleek louter door zijn verbale vaardigheden en zijn presence de aandacht van de marktgangers te trekken en ze net zo lang bij zich te houden tot ze uiteindelijk hun portemonnee bovenhaalden en een blaadje van hem kochten. Men mag immers niet uit het oog verliezen dat de marktzanger, hoewel hij vele gelijkenissen vertoonde met de andere standwerkers op de markt, hij op één belangrijk punt van hen verschilde.… lees verder …
- De marktzanger was op gezette tijden ook onderworpen aan de censuur (18 september 1995) - De marktzanger was op gezette tijden ook onderworpen aan de censuur. Er bestond politieke censuur wanneer de overheid vreesde dat liederen met een kritische noot betreffende het regime de onvrede van de bevolking zouden kunnen aanwakkeren. Concreet hield dit in dat de zanger zijn teksten op voorhand moest laten controleren door een overheidsinstantie. Als dergelijke voorzorgen niet hielpen, trad de overheid repressief op. Verschillende marktzangers werden in de loop der tijden gearresteerd voor het zingen van liedjes zonder toestemming. De wisselvalligheid van een zanger als Sadones bijvoorbeeld, was een direct gevolg van deze politieke censuur. De ene keer bewierookte hij… lees verder …
- Als al zijn materiaal in gereedheid gebracht was … (18 september 1995) - Als al zijn materiaal in gereedheid gebracht was, begon de zanger zijn publiek rond zich te verzamelen. Hij wakkerde hun nieuwsgierigheid aan door te vertellen welke sensationele liederen hij nu weer op het programma staan had. Zijn repertoire vermeldde minstens één lied over een of andere ramp of moord. Pas nadat hij zijn lied met de nodige uitleg had ingeleid, begin hij te zingen en na elke strofe pauzeerde hij nog eens om meer commentaar te geven bij het bezongene. Zo'n marktzangersoptreden duurde gemiddeld anderhalf uur. De marktzanger was gewoon een zwervend bestaan te leiden. Hij was steeds onderweg naar een… lees verder …
- De marktzanger was een gewiekst zakenman (18 september 1995) - De marktzanger was een gewiekst zakenman die, gewapend met een beetje stem en veel gevoel voor show en dramatiek, de markten, kermissen en bedevaarten allerhande afschuimde op zomaar een publiek, bereid om te luisteren en een van zijn liedblaadjes te kopen. Het repertoire van de marktzanger omvatte alle facetten van het dagelijkse leven. De volkszanger bezong gruwelijke moordgeschiedenissen, tranerige romances, religieuze onderwerpen, kluchten en politieke satires. In de loop ter tijden zijn weinig concrete gegevens bewaard gebleven over het eigenlijke doen en laten van onze marktzangers. Recentelijk heeft de K.U. Leuven, onder leiding van Professor S. Top zich bijzonder veel… lees verder …
- Ons gemeen is niet gemeener dan eenig ander gemeen van Europa. (18 mei 1995) - (uit "AANTEKENINGEN op het vierde deel van den SPIEGEL HISTORIAEL van JACOP VAN MAERLANT door J.H.Halbertsma", Deventer, 1851) Onze menschen, zoodra zij de pen in handen krijgen, zijn dadelijk zoo van boekenlucht doordrongen, dat zelfs alle proeven, welke zij nemen van een straatlied, er naar rieken. Ons gemeen zingt nog liever de vuilste en zinnelooste liedjes, die in zijne taal gesteld zijn, dan de oeconomische liedjes van jufvrouw Deken, of de volkszangen van dichter die en die, zoo zij maar den minsten zweem der boekentaal hebben. Ons gemeen is niet gemeener dan eenig ander gemeen van Europa. Meest heeft 't… lees verder …
- Sedert lang bestaat er eene wezenlijke leemte in het betamelijk volks- of straatlied (18 mei 1995) - (uit "HANDELINGEN van het negende Nederlandsch Letterkundig CONGRES, gehouden te GENT den 9-21 augustus 1867") Mijne Heeren, ik zal u lezing doen van den volgenden brief des heeren C. Verhulst, van Wommelgem, over het volkslied, onderwerp waarvoor hij in ’t programma stond ingeschreven : « De ondergeteekende heeft de eer aan het Congres het volgende voorstel nopens het volkslied te doen : » 1° Middelen te beramen, opdat de gemeentebesturen er eene krachtige hand zouden aan houden, om te beletten dat de zoo ellendige straatliederen in hunne gemeenten publiek verkocht worden; ‘» 2° Middelen te beramen, opdat de volksliederen, welke… lees verder …
- Men denke niet, dat zoogenaamde straatliedjes volksliederen zijn, … (18 mei 1995) - (uit "VOLKS_LETTERKUNDE uitgegeven door DE VRIEND VAN ARMEN EN RIJKEN - 24e deel - E.S. Witkamp, Amsterdam 1874, pag. 145 e.v. "HET VOLKSGEZANG", een voordracht van G.J. VOS Az.) Het is misschien noodig, dat wij met een paar woorden doen uitkomen, wat door volksgezang is te verstaan. - Een lied, dat bij alle menschen welkom is, bij alle standen bekend is, door ieder kan worden meegezongen, dat ieder gaarne zingt, dat is een volks lied. Men denke niet, dat zoogenaamde straatliedjes volksliederen zijn, of dat elk volkslied alleen op de straat te huis behoort. Een eigenlijk straatlied, in den vollen… lees verder …
- Julien De Wolf vertelt (5) (1 oktober 1970) - uit “Mededelingen van de Heemkundige Kring van Mere”, Jg. X nr 4 – oktober 1970 De zogenaamde moord te Denderwindeke Moordliederen zingen was altijd lonend op financieel gebied, doch niet zelden hadden we moeilijkheden met de familieleden van het slachtoffer of van de moordenaar. Te Sint-Lievens-Esse gebeurde het, dat een kozijn van de dader er 500 fr voor over had, indien we ons gezang zouden stoppen. Te Denderwindeke beleefden we een ander avontuur: de dagbladen hadden een moord - of een moordpoging - gemeld en we maakten vlug een liedje, dat we in die streek in een handomdraai verkochten. Toen… lees verder …
- Julien De Wolf vertelt (4) (1 januari 1968) - uit "Mededelingen van de Heemkundige Kring van Mere", Jg. VII nr 1 - januari 1968 EEN VOORVAL OP DE KRAAINEST. In het jaar 1934 gingen de zaken goed en Remi zei me op een dag: «Koop u een batterij, dan kunnen we samen in de café’s gaan spelen.» Zo gezegd, zo gedaan. Een jazzband kostte toen 1.800 fr. ‚ doch in Erembodegem kon ik er een kopen uit de tweede hand. Hij heeft echter weinig nut gehad; ik was pas goed op dreef om te roffelen of de crisistijd liet zich voelen. De fabrieken werkten onregelmatig en er waren duizenden… lees verder …
- Julien De Wolf vertelt (3) (1 januari 1968) - uit "Mededelingen van de Heemkundige Kring van Mere", Jg. VII nr 1 - januari 1968 TE SINT-LIEVENS-HOUTEM. Op een vroege zondagmorgen stonden we klaar aan de kerk op het einde van de mis te wachten. We waren er nog maar pas toen de auto kwam aangereden van Madame Christiaens‚ ge weet wel, de dochter van de oude vader Tissens, overal bekend om zijn dozen met allerhande kruiden en flesjes. Ze kwam bij ons en zegde: «Jongens, kunt ge niet naar een ander dorp rijden ?». Daarvoor was het reeds te laat en Remiken zegde : «Wij blijven staan !» «Ik ook»… lees verder …
- Julien De Wolf vertelt (2) (1 oktober 1967) - uit "Mededelingen van de Heemkundige Kring van Mere", Jg. VII nr 4 - oktober 1967 Het was van broeder Jef dat ik vele liederen kreeg afkomstig van een zekere Jacobs uit Nederland, uitgegeven in de jaren 1897 en ook in Aalst reeds verspreid. Jacobs was dichter en cabaretzanger die in Parijs veel ophef heeft gemaakt en van wie men de laatste winter nog heeft gesproken in de televisie. In het jaar 1933 kreeg ik het bezoek van Remi De Smet van Erpe, beter gekend onder de naam Remi Gazet; hij woont nu in mijn ouderlijke woning op de Kraainest te… lees verder …
- Julien De Wolf vertelt (1) (1 juli 1967) - in "Mededelingen van de Heemkundige Kring Erpe-Mere", Jg. VII nr 3 - juli 1967 Het was dus van in mijn kinderjaren geweten dat ik talent had om te zingen en dat weten Meester Middeleer en meester Keymeulen wel, want ik werd rap aangeduid als voorzanger bij de schoolfeesten. Ik was amper veertien jaar toen we op een mooie zomeravond, zittend op de graskant, de straat in rep en roer brachten en het gebeurde in het jaar 1928 in volle zomer ’s avonds dat mijn broer Valery en nog enkele anderen ons wilden trakteren in de welbekende café «De Tunnel», aan… lees verder …