2

Dat jij de liefste bent

Geplaatst door Johan Morris op 2 april 2026 in liedboeken, liederen, Over Liefde & Verdriet |

Niet alleen marktzangersliederen werden door de mensen bijgehouden en nagezongen, tal van andere liederen werden van generatie tot generatie doorgegeven en gezongen bij de vele uren eentonige handarbeid die in een steeds verder verleden nodig waren om te overleven.
Dr. Tjaard W.R. De Haan (1919-1983) bewerkte een “oud Nederduits lied” en het werd overgenomen in het boekje “Jan Pierewiet” (1933).
De bewerking bestond erin dat de oorspronkelijke tekst werd vertaald naar het recentere Nederlands en dat de melodie werd uitgebreid met een (overbodig) kort refreintje.
Over de oorsprong van het lied zegt “Jan Pierewiet” verder niets, maar wij vonden de originele nederduitse tekst wel terug en in een Duits studentenliederenboek wordt vermeld dat het origineel in 1760 zou geschreven zijn door Josef Anton Steffan (1726-1797).
In de vertaalde versie zijn 3 strofen overgenomen. Die versie stopt zedig na de oproep van het smachtende meisje naar een onbekende jongeman toe om pas na middernacht haar kamer te betreden: dan slapen vader en moeder en “ik slaap alleen”. Wat er verder gebeurt wordt aan de fantasie van de zanger/toehoorders overgelaten. Veel fantasie is daarvoor niet nodig, en ook in de originele Nederduitse versie beperkt men zich meestal tot 3 strofen.


Er zijn echter ook versies die het nodig vonden om de fantasie uit te schakelen.
Die “volledige” versie gaat al volgt:

1. Dat du min Leevsten büst, dat du woll weeßt.
|: Kumm bi de Nacht, kumm bi de Nacht, segg mi was Leevs! : |2. Kumm du üm Middernacht, kumm du Klock een!
|: Vader slöpt, Moder slöpt, ick slap alleen. : |3. Klopp an de Kammerdör, fat an de Klink!
|: Vader meent, Moder meent, dat deit de Wind. : |

4. Kummt denn de Morgenstund, kreiht de ol Hahn,
|: Leevster min, Leevster min, denn mößt du gahn! : |

5. Sachen den Gang henlank, lies mid de Klink!
|: Vader meent, Moder meent, dat deit de Wind. : |

Wij denken ook dat drie strofen moeten volstaan …

Een interessante (nederduitse) versie zingt het “Mädchenchor Wernigerode” op de CD “As long as I have Music

Dat jij de liefste bent

043 [AC] P.D.

Dat jij de liefste bent, is wat ik weet.
Kom in de nacht, kom in de nacht, zeg hoe je heet
Kom in de nacht, kom in de nacht, zeg hoe je heet

Falderalderom diredom.
Falderalderalde romme diredom.

Klop aan de kamerdeur, zacht met de klink
dat vader denkt, en moeder denkt, dat doet de wind
dat vader denkt, en moeder denkt, dat doet de wind

Kom pas na middernacht, kom om klok één.
Als vader slaapt en moeder slaapt, ik slaap alleen
Als vader slaapt en moeder slaapt, ik slaap alleen

 

PDFlogo Partituur * Dat jij de liefste bent *
MP3logo
      1. instrumentaal
MP3logo
      2. versie van The Campground Singers

 Bronnen:
in “Jan Pierewiet - 1933” (MUZ0027 pag. 28)

Tags:

0

Het scheepje

Geplaatst door Johan Morris op 26 maart 2026 in liedbladen, liedboeken, liederen, Louis Boeren, Over de Zee en zo, Over Moord & Rampen |

Dit lied van Louis Boeren gaat over een niet nader genoemde scheepsramp waarbij een vissersboot ten onder gaat in een orkaan. De zanger zet vooral het lot van de achtergebleven familie in de verf.

Jef Klausing kreeg de tekst van C. Cools uit “de Antwerpse Kempen”. Hij publiceerde het in “Zingende Baren” en geeft ondermeer dit als commentaar:

De laatste zin kunnen we aanvullen: de tekst komt van een liedblad van Louis Boeren en de muziek is geleend van Willy Derby en zijn lied “Moeder”.

Het scheepje

1076 [A] Louis Boeren [C] Willy Derby

Het scheepje dat dobbert zo lustig op ’t sop
door wieg’lende golven bewogen.
De zeilen gehesen, de wimpels in top
is hij weer ter visvangst getogen.
Hoe spelen de golven, hoe kalm is de zee?
Wat lacht zij, die hem daar weer vaarwel toe zee.
Zij wuift hem ter afscheid en vraagt in ’t gebed
of God hem behouden aan wal nu weer zet.

Of God hem behouden aan wal nu weer zet.

Na maanden van wachten: waar blijft toch mijn man?
Zo is zij bij ’t haardvuur gezeten.
« ’t Is nu toch weer tijd dat hij hier wezen kan,
waar is hij? O, mocht ik het weten. »
En ’t spelende knaapje herhaalt met een zucht:
« Is paatje nog niet bij zijn Jantje terug?
Wat blijft hij lang weg van zijn Jantje vandaag!
Ik zie hem nog steeds in mijn dromen vannacht. »

Ik zie hem nog steeds in mijn dromen vannacht.

Zij neemt nu het knaapje en legt het ter rust
in ’t wiegje, zo zacht en zo teder,
en zegt nog voor dat ze hem goede nacht kust:
« Je paatje is morgen weer weder. »
Doch hoe buld’ren golven, hoe woedt de orkaan,
hoe kampt daar het scheepje op den oceaan.
En eer reeds de zon is ten onder misschien
heeft de zee het scheepje verzwelgend bezien.

Heeft de zee het scheepje verzwelgend bezien.

Wat bracht deze tijding voor moeder een schrik,
men bracht haar de vreeslijke mare.
Zij hoorde het aan met een ijskoude blik
wijl zij als krankzinnig bleef staren.
Maar als zij des avonds de avondzon ziet
gaat zij langs het strand dromen van het verdriet.
En als men haar vraagt wat zij telkens herhaalt:
« Dat ’t loon van de visser zo duur wordt betaald. »

Dat ’t loon van de visser zo duur wordt betaald.

PDFlogo Partituur * Het scheepje *
MP3logo
      1. instrumentaal

 Bronnen:
zangwijze: "Moeder" (Willy Derby)
in MUZ0779 "Louis Boeren 1891-1973 deel 2: verzameling der liederen" -
pag. 170, eindwerk Marleen De Rudder, 1987
in MUZ0115 "ZINGENDE BAREN" pag. 44 / 268, Jef Klausing, 1986

Tags:

0

Van de twee gezusters

Geplaatst door Johan Morris op 19 maart 2026 in liedboeken, liederen, Over Liefde & Verdriet |

In het boek “Honderd oude Vlaamsche liederen” van priester Jan Bols, uitgegeven in 1897, vonden we dit liedje dat hij met melodie optekende in Sint-Genesius-Rode toen hij daar pastoor was. Het is een volkse samenvatting van een legendarische gebeurtenis circa 1315 die het “Leidse wonder” werd genoemd of “De sage van de versteende broden” en die ook in Duitsland werd bezongen. In “Deutscher Liederhort” (Ludwig Erk, 1856) staan twee versies van “Die unbarmherzige Schwester”.




Wij baseerden ons volledig op de “Vlaamse” versie zoals Jan Bols ze noteerde

 

Van de twee gezusters

47 [AC] onbekend – 16e eeuw

1. En daar waren twee gezusters:
d’een was arm en de and’re was rijk (bis)

2. En de arme ging bij de rijke,
om te vragen een stuk droog brood. (bis)

3. En dat wierd er haar geweigerd …
en de vrouw ging weer naar huis. (bis)

4. Als de man kwam thuis uit de kerke,
en hij meende te snijden het brood. (bis)

5. Hij en vond niets als harde stenen,
en zijn mesken als bloed zo rood. (bis)

6. “Vrouw, aan wie hebt g’uw broodje geweigerd?”
“Aan mijn armste zuster Alijn” (bis)

7. En het broodje lag in haar schootje,
en de boter al in haar tesch,
en het mesken al in haar hand. (bis)

8. En daarmee ging zij bij haar zuster,
en zij klopte al op de deur. (bis)

9. “Ga maar aan, gij rijke vrekke!
Ik en heb er uw brood niet van doen! (bis)

10. « Alle vijf mijn kinders zijn dood:
Van den hongersnood zijn ze dood:
En ze leven met ’t hemelsch brood!

11. En de engel kwam uit de hemel,
om die arme zielen t’ontfermen,
en hij vloog er mee recht naar den troon! (bis)

12. En de duivel kwam uit de helle,
om die rijke naar ziele te kwellen,
en hij vloog er mee recht naar de hel. (bis)

PDFlogo Partituur * Van de twee gezusters *
MP3logo
      1. instrumentaal

 Bronnen:
In “Honderd oude Vlaamsche liederen” van J. Bols, 1897 (MUZ0002)
In "DEUTSCHER LIEDERHORT" van Ludwig Erk, 1856 (MUZ0609)
In “Het oude Nederlandsche lied, Deel 3”, Florimond Van Duyse, 1907(MUZ0510)
In “Iepersch Oud-liedboek” van A. Blyau en M. Tasseel, 1962 (MUZ0069) ongeveer hetzelfde verhaal met als titel “Van de Bakkersvrouwe”; er zijn 18 strofen.
in “Liedboek De Kadullen” (MUZ0714 pag. 88)
in “De Vlaamse Zanger n°2” (MUZ0122 pag 98)
in “Onder de groene Linde deel 1” (MUZ0417 pag. 324)
cfr. “Ware geschiedenis van Twee Gezusters, de ene rijk, en de andere arm (MUZ0070 pag. 937)

Tags:

Copyright © 1967-2026 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.