7

De stervende jongeling

Geplaatst door Johan Morris op 20 december 2018 in liedboeken, liederen, Over Liefde & Verdriet |

Gevonden in “Zo d’Ouden Zongen” zonder bronvermelding. Volgens Harrie Franken is het lied gecomponeerd door “Mevr. Ellegiers” uit Antwerpen.



illustratie uit het boek
“Drij Moorden Voor Vijf Cens”
(De Schuyter, 1945)

Het echtpaar Domien Ellegiers en Maria Christina Jacobs huwde op 5-12-1895 in Willebroek. Hij gaf als beroep “muzikant” op, zij “pianiste”. Vader Jef Ellegiers was een “leurder” en zijn echtgenote Cornelia Collette was eveneens “leurster”. Vader Frans Jacobs was in 1895 al weduwnaar en “kleermaker”.
Het muzikale koppel trok dus ook de baan op en het lied van de stervende jongeling moet dateren van 1895-1908 omdat de melodie in 1908 door Frans Van Kets werd gebruikt voor een moordlied.

De jongeling in dit lied ligt te sterven in de armen van zijn moeder. Hij bekent haar dat hij verliefd is op Liesje en of moeder zijn lief wil troosten als hij er niet meer zal zijn. Maar dan ziet hij zijn lieve Liesje plots voorbij stappen met een ander lief..  Zijn hart breekt. Letterlijk.

Volgens Jack Verstappen in “Volksleven rond Antwerpse Café-Chantants” was “madame Ellegiers” na het overlijden van haar man (1920) een tijdje solo doorgegaan en was ze gespecialiseerd in het vervaardigen van gelijkaardige, melo-dramatische liederen die gretig werden afgenomen door andere Antwerpse marktzangers. Hij doet een beetje laatdunkend over de “rijmelarij” van de auteur, naar ons aanvoelen onterecht, maar oordeel zelf. De melodie overstijgt in elk geval het gemiddeld niveau van haar collega’s …


De stervende jongeling

636 [AC] Maria Christina Jacobs (mevr. Ellegiers)

Ziet ginds voor dat huisje zo need’rig en schoon
een jong’ling zat daar te verkwijnen.
Gebogen in’t lommer van ginds lindeboom
moet hij van de aarde verdwijnen
Zijn moeder aanziet hem met angstig gelaat
wijl stil haar een zucht ontgaat.
Zij sprak: ach mijn zoon wil niet treuren,
wijl zij hem weemoedig aanstaart.

Moeder lief, ach wil mij vergeven
want ik voel, ‘k zal niet lang meer leven.
‘k Voel me koud, ja ik voel mij beven
‘k Zie de dood mij reeds omgeven

Ach moeder, kom luister en zet u bij mij
ik moet u mijn liefde verklaren
voor Liesje, ge kent haar, die ging aan mijn zij
ginds als wij ter kerremis waren.
Ach moeder, ik min haar, en zij mint mij meer
ach troost haar als ik ben niet meer
want ik voel dat zij veel zal lijden,
ja, zij zwoer mij trouw toch zo teer.

Ach moeder, ‘k voel dat ik ga sterven,
nog zo jong het leven moet derven.
Zeg haar toch mijn laatste woorden
dat mijn hart haar toebehoorde.

Terwijl hij weeklagend met droevig gelaat
aan ’t hart van zijn moeder lag teder,
wat zien zijne ogen, wat ziet hij op straat?
’t Is Liesje, zij komt aangetreden.
Maar God, lieve moeder, wat zie ik toch daar?
Liesje met een and’re minnaar!
Ach moeder, zij is mij vergeten,
dit is nu mijn dood ook voorwaar.

Vaarwel, ‘k sterf, zij heeft mij verlaten.
Mijne smart kan nu niet meer baten.
Hij viel zacht aan zijn moeders harte.
Dood was hij, verlost van smarten.

PDFlogo Partituur * De stervende jongeling *
MP3logo
      1. instrumentaal

 Bronnen:
“Zo d’Ouden Zongen”
“Van Zingen en Speule nr 19”

Tags:

7 Commentaren

  • Johan Morris schreef:

    Bij het (tevergeefs) speuren naar de overlijdensdatum van mevr. Ellegiers kwam ik wel een bestand tegen met een lijst van herbergen in het Antwerpse tussen 1870-1930. Daaruit blijkt dat het echtpaar Ellegiers-Jacobs op verschillende adressen in Sint-Niklaas café heeft gehouden, allicht niet tegelijk : Brouwersvliet 36, Korte Nieuwstraat 1, Orteliuskaai 7, Lange Beeldekensstraat 199, Kleine Kraaiwijk 1, Schippersstraaat 41 en Rijnkaai 23. Indrukwekkend! Maar hun liedjesboeken waren dus niet daar maar in Antwerpen Centrum te koop, in de Nationalestraat nr. 157. Daar (?) woonde mevr. Ellegiers-Jacobs (weduwe sinds 1920) nog in 1947, momenteel is het Tropisch Instituut er gevestigd – voor zover de huisnummering ondertussen niet is gewijzigd … Voordien gaf het echtpaar Lange Bischopstraat 31 te Antwerpen als verkoopadres op.

  • Björn Isebaert schreef:

    Ik ben momenteel bezig met catalogi te digitaliseren van orgelboeken vervaardigd door de firma Louis Hooghuys in Geraardsbergen, en daarin vond ik ook de titel “De stervende jongeling” met als componist(e) “Ellegiers”. Ik ben dit nummer echter al tegengekomen met als componist Gustave Goublier (zie o.a. https://www.youtube.com/watch?v=2KO_JJYW3d4). Ik vraag me dus af of de compositie van Goublier de originele is en of Ellegiers er een variatie op gemaakt heeft?

    • Johan Morris schreef:

      Me dunkt dat mevr. Ellegiers (onbewust?) is beïnvloed door de wals “Mendiant d’amour”, uitgegeven in 1899 door Eveillard & Jacquot en geschreven door Fabrice Lémon (tekst) en Gustave Goublier (muziek), maar alleen de aanhef (11 muzieknoten) van het lied is bijna identiek, de rest helemaal niet. 11 noten is ook niet genoeg om van plagiaat te kunnen spreken. Haar tekst past zelfs niet op de melodie van Goublier, dus laat het ons houden op “beïnvloed door”…
      De versie op YouTube dateert overigens van 1951. Volgens het boek “Mémoire de la chanson, 1100 chansons du Moyen-Age à 1919” van Martin Pénet (1998, ISBN 2-258-05062-6) stond “Mendiant d’amour” op het repertoire van een heleboel artiesten.
      mendiant-artiesten

  • Johan schreef:

    Het thema van het lied in deze bijdrage – waarbij de stervende jongeling door zijn geliefde in de steek wordt gelaten nog voor hij sterft – werd door verschillende marktzangers verhaald, ondermeer door Tamboer (2 maal!), Aloïs Vande Velde en Frans Van Kets. We vonden het ook terug in een paar liederenschriften, zonder melding van melodie.

  • Jan Huyghe schreef:

    Johan,
    In mijn collectie “Volksliedonderzoek in Groot-Veurne” (KU Leuven, 1979) is ook een “De stervende jongeling of de ware liefde van Gustaf en Laura” opgenomen, uit het repertoire van Achille Coppenolle.
    Air: “Nuit de rio”
    Het staat op een liedblad met vermelding op binnen- en achterzijde: “Gezongen en verkocht door Jean-Louis Beulens, Schaerbeek en Coppenolle Achielle Rousselare”. Zij gingen een tijdje samen optreden.
    De inhoud is helemaal anders dan in het lied dat Johan publiceert.
    In het lied op het blad van Co-Be gaat het over Gustaf die sterft. Op zijn sterfbed huwt hij met Laura: “Zij die waren op aard, voor malkaar geboren / gelijk een roos die verslenst ging hij verloren…”
    Beiden drukken hun onvoorwaardelijke liefde voor elkaar uit.
    Na Gustafs dood wordt Laura non “om te stelpen haar verdriet”. In het klooster noemt men haar “de bloem der smarten”. En ze besluit: “‘k wilde dat ’t met mij ook was gedaan”.
    Vriendelijke groet,
    Jan

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Loading...

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Copyright © 1967-2026 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.