Daar ging een meid om water uit
Een vrolijk huppelmelodietje uit de 19e eeuw, voorzien van een ondeugende tekst die allicht nooit een “nihil obstat” en “imprimatur” van de Katholieke Kerk kreeg toegewezen. Overspel wordt in het lied immers als een soort van “dagelijkse zonde” voorgesteld: het mag niet geweten zijn maar iedereen doet het, van knecht tot meester.
Het is duidelijk lang in het geheugen blijven hangen en kwam dan ook in tal van liedboeken terecht, met licht afwijkende melodieën en teksten, wat bijna onvermijdelijk is bij mondelinge overlevering, en het kreeg verscheidene titels toebedeeld, zoals “De stoop”, “Klappeie”, “Er ging een meid om water uit.”
We verwijzen onderaan graag door naar een (fragment van) de opname door Alfred den Ouden en Kristien Dehollander, via wiens LP uit 1973 we voor het eerst kennismaakten met dit liedje.
Daar ging een meid om water uit
37 [AC] onbekend, 19e eeuw
Daar ging een meid om water uit,
om water wel alzo laat,
en toen ze t’halverwege kwam,
daar lag er een groten hoop.
Ei, zij brak hare waterstoop
En als de meid te huize kwam,
wat keek de bazinne zuur:
“Is’t omdat ik gebroken heb,
gebroken uw waterstoop?
Ei, daar zijn er nog meer te koop!”
De meid die zei: “Bazinne,
bazinne geef mij mijn huur
die ik de ganse winter lang
gewonnen heb alzo zuur,
ei, bazinne geef mij mijn huur.”
“Wat huur moet ik u geven,
wat huur moet gij hebben dan?
Gij die de ganse winter lang
geslapen hebt bij mijne man,
ei, wat huur moet gij hebben dan?”
De meid die sprak: “Bazinne,
bazinne wat dat ge zegt.
En als de baas niet thuis en is
slaapt gij bij de mulder zijn knecht,
ei, bazinne wat dat ge zegt.”
De bazinne sprak: “Klappeie,
klappeie, en klapt niet meer,
want door het klappen van ons twee
verliezen we beiden ons eer,
ei, klappeie en klapt niet meer.
| Partituur * Daar ging een meid om water uit * | |
1. instrumentaal
|
|
2. Klappeie (Alfred den Ouden & Kristien - 1973)
|
Bronnen: in “Iepers oud liedboek” (MUS0069 pag. 403) in "Zing - 130 liederen en canons" (MUZ0295 pag. 61) in “Nederlands Volkslied - 1941” (MUZ0555 pag. 217) in “Ons Volkslied - Deel 1 - 1945” (MUZ0958 pag. 177) in “Het lachende water” (MUZ0998 pag. 66) in “Jong is ons harte - 1947” (MUZ0687 pag. 374) in “Sara, je rok zakt af” (MUZ0013 pag. 68) in “En rijden is plezant” (MUZ0353 pag. 74) in “Liedboek Wannes Van de Velde” (MUZ0715 nr. 162) in “Limburgse liederen” (MUZ0550B pag. 72)
Twee ogen zo blauw
“Vieni sul mar” is de titel van een Napolitaans “volkslied” dat bekend werd door de illustere Enrico Caruso en zijn opvolger Mario Lanza.
Volgens Arnold Rypens in “The Originals” werd het circa 1850 geschreven door Teodoro Cottrau (1827-1879), een Italiaanse zoon van de Franse componist Guillaume Louis Cottrau.
De Amsterdamse zanger en liedjesschrijver Herre de Vos (1877-1948) voorzag het samen met Willem Ciere (1883-1955) van een nederlandse tekst bij de aanstekelijke melodie die tot op heden een alomgekende meezinger blijft.
Zij baseerden zich vermoedelijk op de engelse versie “My Nellie Blue Eyes” van Willam J. Scanlan uit 1883 (gezongen door … Ida Morris)
De vertaling “Twee ogen zo blauw” werd naar verluid voor het eerst gezongen door de Vlaamse zanger Chrétien van Esse (1855-1921) circa 1903 maar het is de opname van Willy Derby uit 1935 die er een groot succes van maakte in Nederland en die werd gecoverd door Vlaamse zangers, zowel op straat als in theaters of op de radio.
Misschien heeft Sint-Valentijn het ook ooit gezongen …
De melodie werd dankbaar door marktzangers opgepikt om er een vlot meezingbaar lied mee te produceren. En spottende straatliedversies kwamen er ook, bijvoorbeeld:
één van de boksmatch en één van mijn vrouw,
twee ogen zo blauw …
“The Delmore Brothers” brachten een Country Wals versie uit van “My Nellie Blue Eyes”, met “volkse” vioolklanken en een andere melodie voor de strofen.
Twee ogen zo blauw
6 [A] Herre de Vos (1877-1948), Willem Ciere (1883-1955) [C] Teodoro Cottrau (1827-1879)
Als de lente de bomen en struiken
weer met geuren en kleuren besproeit,
dan begint ook het hart te ontluiken
want de liefde verandert toch nooit.
Elke jongen kiest zich dan een meisje
en hij fluistert haar zachtjes in ’t oor
het sinds eeuwen geliefkoosde wijsje
en dat vindt in haar hartje gehoor:
Twee ogen zo blauw,
zo innig en trouw,
al mijn geluk zijn die kijkers van jou:
twee ogen zo blauw!
Heeft hij haar tot zijn vrouwtje gekozen,
blij het oog op de toekomst gericht,
gaat hun pad ook niet altijd op rozen,
iets toch maakt dan hun levensstrijd licht.
Want bij vreugde en leed hen beschoren
verschijnt dra wat voor immer hen bindt.
Als de eersteling hen wordt geboren,
moeder zingt bij de wieg van haar kind.
Als de grijsaard vermoeid en versleten
niets in het leven van waard meer acht,
als door allen verlaten, vergeten
hij alleen op het einde maar wacht,
is hem toch de herinn’ring gebleven
die hem koestert in ’t eenzaam ste uur,
da’s zijn laatste sprank warmte in ’t leven
en hij neuriet bij ’t knappende vuur:
| Partituur * Twee ogen zo blauw * | |
1. instrumentaal
|
|
2. versie Willy Derby (1935)
|
|
3. Vlaamse versie Geodel (1936)
|
Bronnen: Zangwijze: Vieni sul mar ! (19e eeuw)
Ik ben verliefd
Het moet niet altijd over moorden en rampen gaan, geregeld zong Louis Boeren ook over andere onderwerpen. Zoals de liefde bijvoorbeeld, al is ook dat vaak geen reden tot juichen zoals in dit geval zijn wedervaren met Marietje.
Ik ben verliefd
1073 [A] Louis Boeren [C] Anton Groeneveld
Ik ben verliefd, wil mij geloven.
Dat is geen schand, voor zo een klant.
’t Is op Marietje van hierboven,
ik speel voor haar op mijn gitaar een lied plezant
Lieve Marie, wil mij aanhoren,
ik zing voor u het schoonste lied.
Ik sta hier reeds een uur bevroren,
ik vraag u dus: vergeet me niet?
Ik heb al lang een oog op jou;
ik smeek er om, word eens mijn vrouw.
Lieve Marie, wil mij aanhoren,
aanhoor mijn bee en zeg niet nee!
Toen ik voor ’t eerst haar mocht aanschouwen,
’t was ’s avonds laat, in onze straat,
begon mijn hart van haar te houwen.
Ik sprak haar aan en zij bleef staan, ik zong kordaat!
Zij sprak tot mij: « Zeg hoor eens even,
gij rare kwast, hier zie, pak vast! »
Zij gaf mij klop, ik stond te beven,
terwijl ik tokkelde op die besnaarde kast.
| Partituur * Ik ben verliefd * | |
1. instrumentaal
|
Bronnen: zangwijze: Ik heb jou gekust (in Honolulu) Muziek van de Waikiki Hawaiians (uit Nederland) Liedblad van Louis Boeren (MUZ0779 pag. 75) fonoplaat Bob Scholte (1945)
