0

De dure kousen

Geplaatst door Johan Morris op 11 september 2025 in liedbladen, liedboeken, liederen, Over Armoede & Drank |

Nog maar eens een lied over bittere armoede, zonder happy end: wie in armoe geboren is of er in verzeild geraakt is gedoemd om in armoe te sterven, al wordt dat laatste voorbehouden voor andere liederen.

Frans Rombouts schreef en drukte vele liedteksten en verkocht die aan marktzangers. De melodie dateert van 1924, het liedblad is dus recenter. Eugenie Bandy (geboren Mathilde Eugenie Else Küch, in 1921 gehuwd met Lou Bandy) schreef de muziek die ondertussen rechtenvrij is geworden.

We vonden in de collectie “Wouters & Moorman” een ander liedblad met dezelfde tekst, waarop de verzamelaar noteerde dat hij het in Rotterdam kocht in maart 1926.  Het liedblad vermeldt geen auteur of uitgever en ook Rombouts vermeldt niet wie de tekst schreef: we gaan er tot nader order vanuit dat het lied helemaal rechtenvrij is geworden.

De dure kousen

1061 [A] onbekend [C] Eugenie Bandy (Küch) °1891 +1944 (P.D.)

Eenzaam liep langs ’s heren straten,
’n arme moeder met haar kind.
Vader kon niet meer verdienen,
want: de stumper, hij was blind.
Beed’lend keek de arme moeder
ied’ren wand’laar vragend aan.
En haar lieve, kleine kindje,
Moest op blote voetjes gaan.

Dagen lang moest zij zo beed’len
voor een schamel stukje brood.
Niemand kwam hen ooit verblijden,
of hen steunen in de nood.
Winter kwam met gure dagen
en het kindje kreeg het koud.
Daarom kwam ze kousjes vragen
aan hàar moe, die van haar houdt.

Moeder ging toen met haar kindje
droef te moe, weer naar de straat,
beed’len voor haar kleine liev’ling.
’t Was reeds donker, ’t werd al laat.
Eind’lijk kreeg zij van een dame
toen drie kwartjes in haar hand;
vlug toen naar een kousenwinkel
aan de stille overkant.

Aarz’lend trad zij daar naar binnen
en haar kindje lachte blij.
« Kousen, « vraagt ze, « voor mijn kleine.
Dikke wollen, niet van zij. »
En haar liev’ling had al spoedig
een paar warme kousjes aan;
dol van blijdschap vliegt het kindje
kussend op haar moeder aan.

Dan vraagt moeder angstig bevend
wat dat kousje kosten moet:
« Ene gulden, vijf en twintig, »
want de kwaliteit is goed.
Droevig kijkt de arme moeder
dan haar kleine liev’ling aan,
die de kousjes uit moest trekken:
minder mochten ze niet gaan.

PDFlogo Partituur * De dure kousen *
MP3logo
      instrumentaal

 Bronnen:
zangwijze "Overschotje" (1924)
tekst op diverse liedbladen en -boeken:
"De Kermiscourant" (Frans Rombouts), (MUZ0904 pg. 31)
"Het Straatlied (Wouters & Moormann),(MUZ0102 pg. 228-229)
"Liederen Industriële Revolutie", (MUZ0070 pg. 213)
"De kist van Pierlala" (MUZ0771 pg. 167-177)

Tags:

0

Tragische treinramp te Sint-Truiden (1938)

Geplaatst door Johan Morris op 28 augustus 2025 in liedbladen, liedboeken, liederen, Louis Boeren, Over Moord & Rampen |

Louis Boeren is er als de kippen bij om deze rampzalige gebeurtenis te bezingen, hoewel zijn woonplaats Zonhoven op 40km van de ramp is gelegen. Het geeft toch aan dat zijn actieradius als marktzanger zowat heel Limburg moet bestreken hebben.

Voor de melodie koos hij voor een lied van de zeer productieve Nederlandse zanger en auteur Willy Derby, die een paar jaar voordien “Spaanse nachten” vervaardigde naar aanleiding van de Spaanse burgeroorlog.

Tragische treinramp te Sint-Truiden

1060 [A] Louis Boeren. [C] Willy Derby

Hoort hoe de kreet in de oren weerklinkt, het hart verscheurd.
Een wrede ramp is helaas aan de dag: treinramp gebeurd.
Mensen aanhoort dit lied, zo’n ramp is nooit geschied.

Wat is het leven? Het doet u beven.
Wat is de mens hier op deez’ aard,
Want heden vreugde in eer en deugden,
morgen wenen is wat de aarde biedt.

Ziet in de verte daar kwam aangesneld, ’t monster der dood.
Een trein uit Landen naar Hasselt helaas, en wat hij bood.
Te SintTrui aangeland, bracht daar het droevig pand

Een wreed gekraak klonk in d’oren helaas, ’t was ongehoord.
Een ganse trein, vol met mensen belaân, was daar ontspoord.
Klagen in bittere nood, velen vonden de dood.

Deez’ wrede ramp heeft veel mensen gebracht, droefheid en leed.
Veel smart en leed en ellende gevraagd, niets was zo wreed.
Kind’ren in diepe rouw, vaders en zoons en vrouw.

3.Vol pijn en smarten, schuld van de zwarten.(1)
Eén zonder armen, één zonder been.
Als een geraamte, z’hadden geen schaamte,
overleven daaraan dacht ik alleen.

(1) Verwijst niet naar gekleurde medeburgers maar naar handlangers van de NAZI’s: zou het sabotage geweest zijn ?

PDFlogo Partituur * Tragische treinramp te Sint-Truiden *
MP3logo
      instrumentaal

 Bronnen:
zangwijze: Spaanse Nachten
liedblad Louis Boeren (MUZ0779 pag. 53)
Treinramp op 25 juli 1938
kranten juli 1938 (KBR Belgica Press)

Tags:

0

In de maneschijn

Geplaatst door Johan Morris op 14 augustus 2025 in liedbladen, liedboeken, liederen, Louis Boeren, Over Liefde & Verdriet, Spot & Ironie |



Een litanie over de maneschijn, geschreven door Louis Boeren op de melodie van het aloude studentenlied over “Dokter Grijzenbaard”, zo overduidelijk (?) dat hij het niet nodig vindt dit te vermelden. Deze versie heeft echter niets met doktoren te maken, eventueel wel met het studentenleven, of beter nog: studentenlieven.
In dit geval wordt een vrijlustige jongeman misleid door het vale licht van de maan en mispakt hij zich aan een schijnbaar jonge deerne.

In de maneschijn

1059 {[A] Louis Boeren [C] trad. 19e eeuw

Ik ben een echte leuke knul

in de maneschijn

en hele goede brave sul

in de maneschijn

En iedereen, ’t zij groot of klein
zingt vrolijk mee met dit refrein:

in de mane, in de mane,
in de maneschijn, tralala,
in de mane, in de mane,
in de maneschijn!

Hoort wat ik laatst te lijden had
geen groter ongeluk als dat
Ik liep te wand’len in ’t plantsoen
gelijk een jonge man kan doen.

Ik dacht te zien zo ’s avonds laat
een jonge juffer, heel kordaat.
Ik sprak haar aan in dezen zin:
ik heb u lief mijn engelin.

Ik zet mij op een bankje neer
en ook de dame, lief en teer
zat naast mij, ’t was een groot juweel
met ’t woord der liefde in haar keel

Ik sprak toen tot het lieve kind:
« Wat is het schoon als men bemint »
en rapper nog dan een twee drie
zat er dat vrouwtje op mijn knie.

Ik sprak van liefde en van min.
Ik kneep haar zachtjes in haar kin.
Maar ik schrok en riep: « Sapperloot! »
want mijn verwondering was groot.

Wat bleek? Zij was wel tachtig jaar
met op haar kop een plukje haar.
Ik zag de rimpels in haar snoet,
wat toch een mens beleven moet.

Ik dacht dat’k mijn verstand verloor
en trok er seffens toen van door.
Nu zit de schrik nog in mijn lijf
als ik denk aan dat krasse wijf.

PDFlogo Partituur * In de maneschijn *
MP3logo
      instrumentaal

 Bronnen:
Liedblad Louis Boeren (MUZ0779 pag. 48)
Melodie bij ons gekend als "dokter Grijzenbaard"
muziek: De Vlaamsche Zanger deel 3, Zo d'ouden Zongen,
vertalingen van oorspronkelijk duitse versie

Tags:

Copyright © 1967-2026 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze site is gemaakt met behulp van het Multi sub-thema, v2.2, bovenop
het bovenliggende thema Desk Mess Mirrored, v2.5, van wordpress.org/themes/desk-mess-mirrored/