Het is koud en het sneeuwt
Joannes Henri Peeters en zijn echtgenote Maria Van Gestel uit Aarschot zongen en verkochten liedjes op de markten. Daar hadden ze mekaar waarschijnlijk ook leren kennen want Maria was een dochter van marktzanger Bernard Van Gestel en ook haar broers Dolf en Ferdinand werden marktzanger terwijl zus Maria Anna trouwde met marktzanger Frans Van Kets. Het echtpaar Peeters-Van Gestel tekent als “uitgever” op het liedblad, we nemen aan dat ze ook de tekst schreven.
Het is koud en het sneeuwt
1064 [A](P.D.) (Henri) Peeters (+1955)- (Maria) Van Gestel (+1953) [C](P.D.) Joe Burke (+1950)
Zit daar niet in het gure weder
een klein knaapje dat schreide zeer?
Wijl het dacht aan zijn moeder teder
klonk het: « Ach, kom toch weer »
« ’t Is koud en ’t sneeuwt op straat »
wat leed den armen knaap.
Hij sprak er zo zacht:
« Moeder, gij ligt in ’t graf. »
Duntjes was het gekleed,
de smart die het bestreed
kon niet groter zijn
voor ’t arme knaapje klein.
’t Richt hem op en met zure schreden
gaat het nog eens naar ’t kerkhof heen
om moederke te gaan bewenen,
door sneeuw bedekten steen.
Bodem door ’t witte kleed omweven,
moeder hier op uw kille graf
bidt uw kindje door smart omgeven,
was ’t ook de wereld af.
« Sinds uw dood moeder moet ik lijden,
vader ziet naar zijn kind niet meer.
In uw graf zou ik mij verblijden,
kom ik bij u maar weer.
’s Morgens vroeg, het begon te dagen,
zag de grafmaker binst zijn werk
een arm kind in de sneeuw begraven,
’t lag op zijn moeders zerk.
| Partituur * Het is koud en het sneeuwt * | |
instrumentaal
|
Bronnen: zangwijze: "Rien que vous" alias "Yearning (just for you)" liedblad uit Aarschot "Laatste Nieuwe Liederen" (MUZ0776 pag. 21) toegestuurd door Remi Heylen Originele tekst van Benny Davis (1925)
De grenssoldaat
Dit lied werd veelvuldig gepubliceerd in oorlogs gerelateerde publicaties. Onder verschillende titels: “De grenssoldaat” en “Soldatenplicht”. Beide titels dekken de lading.
Het werd als smartlappende wals gezongen door “The Sunstreams” in 1985, zonder vermelding van de auteur. Dat is Maurice Dumas, pseudoniem van Maurits Bonavang (1878-1937). Het zou dus kunnen geschreven zijn tijdens WOI maar ook buiten de oorlogsperiode werd er nog flink gesmokkeld. Harrie Franken hoorde het zingen door Harrie Van Beers te Hoogeloon en publiceerde die melodie in “Van Zingen en Speule” deel 18 (1998). Wij baseerden onze versie daarop. Het verhaal van “de grenssoldaat” lijkt de inpiratiebron geweest te zijn voor het recentere (1968) en eveneens tragische “De smokkelaar” van Johnny Hoes.
De grenssoldaat
1063 [AC] Maurice Dumas (1878-1937)
Hij was soldaat, hij moest de grens bewaken,
de smokkelaars die waren zeer actief.
Hij dacht er niet aan zijn plicht ooit te verzaken,
schoot als het moest op smokkelaar en dief.
In het dorp had hij zijn liefste trouw gezworen,
zij minden toch zo teer elkaar,
al was haar vader ook een smokkelaar,
zij was zo lief hij dacht alleen aan haar.
Eens toen z’elkaar hun liefde weer bezwoeren
vroeg zij al kussende met zachte stem:
« Zie je mijn vader heimelijk iets vervoeren
denk dan aan mij en schiet dan niet op hem. »
Hij sprak: « Mijn kind, mijn plicht gaat boven liefde
al zou ‘k het gaarne doen voor jou.
‘k Schend nooit den eed van mijn soldatentrouw,
zelfs niet als ‘k jou daardoor verliezen zou. »
« Maar zeg je vader dat hij op moet passen
bij ’t smokk’len steeds uit mijn nabijheid blijft.
Mijn waakzaam oog kan hem dan niet verrassen
als hij verboden waar het land uit drijft.
Beloof dat jij je nimmer laat verleiden
om hem te volgen op zijn pad.
’t Is zo gevaarlijk en ook slecht mijn schat.
Kom lieveling, ach toe, beloof me dat. »
Haar tranen waren ’t antwoord op zijn vragen.
Hij kuste haar en troostte haar verdriet:
« Ik weet, je zult je nimmer zo verlagen,
nietwaar mijn schat? Nee zoiets doe je niet! »
Op zek’re nacht is hij op post gekomen,
een uur reeds stond hij daar op wacht.
Terwijl hij eenzaam aan zijn liefste dacht
boorden zich ogen door den donkere nacht.
Maar plots’ling hoorde hij de blaad’ren ruisen,
tot nog toe had hij geen gerucht gehoord.
Daar waar de grenzen zich elkander kruisen
slopen twee schaduwen behoedzaam voort.
« Wie daar » riep hij al reeds ten derde male,
een schot, een gil, hij trof er een.
De and’re schaduw die vlood ijlings heen
en toen werd het weer stil zoals voorheen.
Hij knielt in ’t donker naast een lichaam neder
maar wie beschrijft zijn wanhoop en zijn smart:
zijn lieveling ligt daar levenloos ter aarde
zijn kogel trof haar midden in het hart.
Waanzinnig heeft hij een besluit genomen:
een schot klonk voor den tweede keer.
Hij had voldaan aan zijn soldateneer,
den arme grenssoldaat, hij was niet meer.
| Partituur * De grenssoldaat * | |
instrumentaal
|
Bronnen: zangwijze: “Blind geschoten” volgens liedblad Wouters & Moorman Gevonden in "Kroniek van de Kempen nr 18" pag. 111 (MUZ0684) - melodie door ons bewerkt. Geschreven door Maurice Dumas, alias Maurits Bonevang volgens "Het Monster van den Oorlog" pag. 236 (MUZ0606) - volgens Wikipedia gaat het om Maurits Boonvang maar in het geboorteregister van Arnhem zegt akte nr. 1202 van 15-10-1878 dat hij als Maurits Bonavang werd aangegeven door vader Isaac en moeder Rachel Frank (dank aan François Heymans om dit te melden) Ook in liedbladenverzameling Wouters & Moorman Versie opgenomen door “The Sunstreams” (1985) LP “Die Goeie Ouwe Tijd”, zonder vermelding van auteur (P.D. pas sinds 2007)
Jongens, trouwt toch niet
Louis Boeren bezingt de gevaren van het huwelijk: jongens, begin er niet aan! Hij gaf dan wel het slechte voorbeeld, tenminste, wij hebben niets teruggevonden over huwelijksperikelen van de zanger zelf.
De melodie is het eenvoudige maar populaire Duitse “Es geht alles vorüber”, geschreven in volle NAZI-periode.
Jongens, trouwt toch niet
1062 [A] Louis Boeren. [C] Fred Raymond (1900-1954) (P.D.)
Ik ben te beklagen, welaan,
dat is bijna iedere man.
Jongens, luistert naar mijn raad:
als je met een meisje gaat,
kijk nooit naar haar schone toilet,
dat is er met schmink opgezet:
zo een schepsel heb je op den duur
in veel gevallen te duur.
Laat ze allemaal lopen,
laat ze allemaal gaan,
want ga je haar trouwen,
je bent naar de maan.
En niets kan je nog redden,
met de vreugde is ’t uit,
je kan je niet weren,
maak niet van je snuit.
Want maak je ’t hen lastig,
neen, ze buigen toch niet:
heb je complimenten,
ja, dan zijn ze partie.
Ik had laatst een vrouw opgedaan.
Ik dacht ook: het zal heus wel gaan.
‘k Was een maand of drie getrouwd,
toen had het mij al berouwd.
Vooreerst kreeg ik ’s zondags geen pree,
dat bracht haar gewoonte niet mee,
en als ik dan soms eens klagen wou
dan zag ik ’t hart van mijn vrouw.
En werken dat deed ze niet graag,
dat noemde zij altijd een plaag,
eten koken voor haar man,
daar dacht zij somtijds niet aan.
En had ik mijn rug maar gekeerd,
dan had ‘m Madam al gesmeerd;
en zij rookte mijn sigaretten op,
dat was nog mijn grootste strop.
| Partituur * Jongens, trouwt toch niet * | |
instrumentaal
|
Bronnen: zangwijze: Dan is alles voorbij "Tout passe dans la vie" - 1944 "Es geht alles vorüber" liederenbundel Louis Boeren-Smolders, "Hollandsche Populaire Zanger" - Zonhoven "Louis Boeren 1891-1973 deel 2: verzameling der liederen" - licenciaatsverhandeling van Marleen De Ruddder - 1987 (MUZ0779 pag. 82)




